Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.1:4.2.1 Funke t. Frankrijk (1993)
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.1
4.2.1 Funke t. Frankrijk (1993)
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS489450:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Klager had het bestaan van verschillende buitenlandse rekeningen toegegeven. Zie § 7: ‘Mr Funke admitted having, or having had, several bank accounts abroad for professional and family reasons and said that he did not have any bank statements at his home.’
Zie § 9 van het arrest.
Vgl. Knigge in zijn noot onder EHRM 25 februari 1993 (Funke t. Frankrijk), NJ 1993, 485, pt. 3, en Peçi 2006, p. 47.
EHRM 21 december 2000 (Heaney en McGuinness t. Ierland), § 49.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de zaak Funke erkent het Hof voor het eerst dat het nemo tenetur-beginsel onderdeel is van het recht op een behoorlijk strafproces in art. 6, lid 1 EVRM. De zaak betreft een douane- annex strafrechtelijke procedure. Funke, een in Frankrijk wonende Duitser, werd door de Franse douaneautoriteiten verdacht van overtreding van de wetgeving op het gebied van betalingsverkeer met het buitenland. Naar aanleiding daarvan werd bij hem een huiszoeking verricht door drie douanebeambten en een hulpofficier van Justitie naar gegevens over in het buitenland aangehouden bankrekeningen. Enkele documenten worden aangetroffen en in beslag genomen. Funke zegde toe inzage te zullen geven in andere bankafschriften van buitenlandse banken, maar kwam die toezegging niet na. De Franse douaneautoriteiten vermoedden dat dergelijke documenten wel bestonden, maar waren daar niet zeker van.1 Het door inbeslagneming verkregen materiaal resulteerde niet in een vervolging wegens overtreding van de voorschriften betreffende financiële transacties met het buitenland. Wel werd tegen Funke een procedure gestart met als doel een rechterlijk vonnis te verkrijgen, waarin hij werd verplicht de verlangde papieren ter inzage te geven. De Franse rechterlijke instanties veroordeelden Funke tot een boete van FF 1.200 omdat hij niet had voldaan aan zijn verplichting krachtens de Franse Code des Douanes tot uitlevering van de gevraagde papieren en dwongen hem alsnog de gevraagde bescheiden over te leggen (‘to produce statements’)2. Om deze verplichting kracht bij te zetten, werd aan Funke ook nog een dwangsom van FF 20 (in beroep verhoogd naar FF 50) per dag opgelegd.
Het EHRM acht de handelwijze van de Franse autoriteiten in strijd met art. 6, lid 1 EVRM. De schending van Funkes recht om te zwijgen en zichzelf niet te hoeven belasten, is volgens het Hof primair gelegen in het doel van Funkes vervolging, namelijk om hem ertoe te dwingen alsnog de gevraagde informatie te verstrekken nadat tegenover hem een criminal charge was geuit. Daarbij laat het Hof meewegen dat de Franse autoriteiten de verlangde gegevens niet langs andere weg konden verkrijgen en overigens het bestaan van de documenten onzeker was. Het achterliggende doel van Funkes vervolging, te weten de adequate uitvoering van de douanewet – het Hof betrekt de bijzondere kenmerken van het douanerecht uitdrukkelijk in zijn overwegingen – weegt in de gegeven omstandigheden minder zwaar dan het respecteren van Funkes wil om zichzelf niet te belasten.
Uit het arrest volgt niet dat de overheid in de strafvorderlijke sfeer geen enkele dwang op de verdachte zou mogen uitoefenen om alsnog bepaalde documenten te produceren voor punitieve doeleinden – laat staan voor andere doeleinden, zoals het toezicht op de naleving van voorschriften.3 Evenmin volgt daaruit dat de bestraffing van Funke wegens niet-medewerking aan het onderzoek als zodanig in strijd is met art. 6, lid 1 EVRM. Het Hof oordeelt kortweg dat de langs voormelde weg op Funke uitgeoefende dwang om documenten te verstrekken, ontoelaatbaar is. In de woorden van het Hof in de latere zaak Heaney en McGuinness betreft Funke ‘the threat and the imposition of a criminal sanction’ omdat Funke ‘failed to supply information to authorities investigating the alleged commission of criminal offences’.4