Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.3.0:2.4.7.3.0 Introductie
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.7.3.0
2.4.7.3.0 Introductie
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395540:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kieninger, E-M. (2004), supra noot 15, blz. 741-770.
Vlas, P. (2003): noot bij het arrest i berseering in NJ 2003, 58, onder punt 4 en S.F.G. Rammeloo (2007), supra noot 137, blz. 1-10.
Vgl: Zilinsky, M. (2003), supra noot 96, blz. 60-65. Zie ook: H. de Wulf (1999), supra noot 34, blz. 318-324.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag rijst welke gevolgen de bovenstaande uitspraken van het Europese Hof hebben op de twee leren voor de erkenning van vreemde vennootschappen en het op hen toepasselijke recht, en daarmee op de mobiliteit van deze vennootschappen en de jurisdictionele competitie binnen de EU. De meningen zijn hierover verdeeld en er bestaat nog geen consensus over de praktische consequenties van de uitspraken van het Hof.1 Enerzijds wordt onder andere gesteld dat de eeuwigdurende strijd tussen de aanknoping aan de leer van de werkelijke zetel en de incorporatieleer door het Europese Hof is beslecht in het voordeel van de laatste.2 nderen zijn echter van mening dat het doek voor het stelsel van de werkelijke zetelleer nog niet is gevallen, zeker niet na het Cartesio-arrest.3 Het verschil van inzicht houdt verband met het essentiële verschil tussen de situatie bij immigratie en die bij emigratie.