Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.16.2
5.16.2 De aandeelhoudersovereenkomst gekoppeld aan een kwaliteitseis. Uitwerking
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS430742:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo niet noodzakelijk. Zie hierover, alsmede over de historie van stemovereekomsten en vele soorten van stemovereenkomsten Dortmond 2000.
Art. 871)/195b lid 2.
Zulks vloeit voort uit art. 871)/195b.
Van Veen 2009, 2, p. 470. Van Veen pleit voor een regeling van gelijke strekking.
TK, 2009-2010, 31 058, nr. 18.
Brief van de Minister, TK, 2009-2010, 31 058, nr. 28.
TK, 2009-2010, 31 058, nr. 26.
Zie hierover ook Dortmond, Kroeze & Nowak 2010, p. 63.
Zie Tweede Kamer, Stemmingen, TK 37-3586, 15 december 2009.
Tussen aandeelhouders kan een overeenkomst worden gesloten met de strekking dat ingeval de vennootschap partij is bij een grensoverschrijdende outbound fusie en het besluit tot fusie is genomen, een minderheidsaandeelhouder die heeft aangegeven gebruik te maken van zijn uittreedrecht zijn stemrecht niet langer zal uitoefenen. Die formulering is erg algemeen. Het uitsluiten van het stemrecht kan ook worden overeengekomen ten aanzien van onderwerpen die specifiek de fusie betreffen. De potentiële uittreder kan ten aanzien van onderwerpen die hem aangaan in het geval de fusie geen doorgang vindt zijn positie beschermen. De overeenkomst kan voorts regelingen bevatten over het herleven van het volledige stemrecht op het moment dat duidelijk is dat de fusie niet doorgaat of wanneer de fusie niet binnen een bepaalde tijd is geëffectueerd. Met dergelijke begrenzingen in tijd en onderwerpen wordt voorkomen dat de aandeelhouder, wanneer de fusie geen doorgang vindt, zijn stemrecht voor de toekomst ten aanzien van alle onderwerpen verliest. Kortom, maatwerk is mogelijk en wenselijk.1
Verder kan worden bepaald dat de overeenkomst ten aanzien van een aandeelhouder die daarmee in strijd handelt, kan worden opgezegd. In de statuten van de vennootschap kan een kwaliteitseis worden opgenomen; aandeelhouder kan slechts zijn degene die partij is bij de aandeelhoudersovereenkomst. Deze regeling wordt dan gebaseerd op de wettelijke bepaling van artikel 87b en 195b. Bij verlies van de kwaliteit kan statutair het stemrecht worden opgeschort. Daarmee wordt een veiligheidsklep geïntroduceerd. De uittredende aandeelhouder die zich niet houdt aan de obligatoire afspraak zijn stemrecht niet uit te oefenen wordt via een statutaire regeling het stemrecht alsnog ontnomen.
Uit de wettelijke regeling van artikel 87b en 195b vloeit voort dat wanneer de betreffende aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen, hij onherroepelijk van de in de statuten gestelde eisen (het zijn van partij bij de overeenkomst) is ontheven wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na een verzoek daartoe gegadigden heeft aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen.2
Houdt de aandeelhouder zich niet aan de verplichtingen uit de aandeelhoudersovereenkomst met als gevolg dat de statutaire regeling toepassing vindt en gaat de fusie alsnog niet door, dan loopt hij wel het risico zijn stemrecht blijvend kwijt te zijn of zijn aandelen over te dragen aan een ander. Dat laatste heeft hij weliswaar beoogd toen hij zich beriep op de beschermingsregeling, maar die zag op de situatie dat de fusie wél doorgang zou vinden en de vennootschap zou ophouden te bestaan.
Gaat de fusie niet door én zijn er door de vennootschap geen andere gegadigden aangewezen aan wie de in gebreke zijnde aandeelhouder zijn aandelen kan aanbieden dan is die aandeelhouder ontheven van de kwaliteitseis en kan hij zijn stemrecht weer uitoefenen.3
De regeling van artikel 195b wordt in de flex-BV ondergebracht in artikel 192. Van Veen heeft de nodige kritiek geuit op de oorspronkelijk voorgestelde tekst. Een van de punten die hij aanstipt is het verlies van de hiervoor omschreven regeling van artikel 1 95b, dat de vennootschap op straffe van het herleven van de aandeelhoudersrechten die zijn opgeschort, binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek een gegadigde moet aanwijzen die de aandelen overneemt.4
De kritiek van Van Veen is opgepakt. Naar aanleiding van een amendement van Weekers5 heeft de Minister bij brief kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen wijziging van het destijds voorgestelde artikel 192, zodanig dat een aanbiedingsregeling wordt opgenomen die moet voorkomen dat een aandeelhouder bekneld raakt doordat zijn rechten worden opgeschort en hij niet gebruik kan maken van de mogelijkheid om de aandelen over te dragen aan een door de BV aangewezen gegadigde.6 Het voorstel van Weekers was onderdeel van een meer omvattend amendement dat overigens niet werd aangenomen. De opmerking van de Minister is aanleiding geweest voor Weekers een gewijzigd amendement in te dienen.7 ' 8
Dit amendement is verworpen.9