Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.16.3
5.16.3 Geldigheid van de kwaliteitseis gekoppeld aan het zijn van partij bij een (joint-venture) overeenkomst
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS438165:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Bosse, Schoonbrood, Breeman, Ten Berg 2002, § 4.6.2, p. 197 e.v.
Art. 195 lid 8.
MvT, TK, 2006-2007, 31 058, nr. 3, p. 66.
MvT, TK, 2006-2007, 31 058, nr. 3, p. 66.
Bosse, Schoonbrood, Breeman, Ten Berg 2002, § 4.6.2, p. 198.
Art. 5 lid 1 statuten AKD Prinsen Van Wijmen N.V. de dato 7 mei 2008. Thans heet het kantoor `AKD'. Zie bijv. ook (niet limitatief) art. 5 van de statuten van Loyens & Loeff N.V. de dato 11 december 2007 en art. 5 van de statuten van De Brauw Blackstone Westbroek N.V. de dato 3 december 2007.
Door Ten Berg is de vraag gesteld of de hiervoor omschreven kwaliteitseis (het zijn van partij bij een joint-venture overeenkomst) vennootschapsrechtelijk mogelijk is.1 Een deelvraag die hij stelt bij de beantwoording van de hoofdvraag is of de kring van gegadigden niet erg klein wordt. Ik sluit mij volledig aan bij het door Ten Berg aangestipte onderscheid dat zich bij een kleine kring voordoet. Er is een verschil tussen het als aandeelhouder worden ontheven van de kwaliteitseis wanneer de (op grond van de regeling verplicht aangeboden) aandelen niet tegen contante betaling worden overgenomen en de (on)mogelijkheid van vervreemding aan een derde omdat deze zal moeten toetreden tot de joint-venture overeenkomst. Dit laatste is een grens aan de beperking van een overdracht die gesteld wordt door de wet.2
Ten Berg vreest niet dat de toepasbaarheid sneuvelt op de grond dat de aandelen bezwaarlijk kunnen worden overgedragen als gevolg van het gegeven dat de verkrijger zou moeten toetreden tot de overeenkomst. In de joint-venture overeenkomst — zo schat hij in — zullen voldoende `checks and balances' zijn ingebouwd. Hij brengt het als een veronderstelling. Meer zou ik het willen lezen als een voorwaarde. Ik lees overigens bij hem slechts een koppeling aan de joint-venture overeenkomst en niet aan de statuten. Dat ik dat niet bij hem lees is logisch. Ten tijde van zijn publicatie baseerde hij zich terecht op de wettekst van artikel 195 lid 8: `Beperking van de overdraagbaarheid van de aandelen kan niet zodanig geschieden, dat die overdracht onmogelijk of uiterst bezwaarlijk wordt gemaakt'. Een algemene formulering.
In de flex-BV luidt de voorgestelde tekst: 'Bepalingen in de statuten omtrent de overdraagbaarheid van aandelen vinden geen toepassing, indien de overdracht door die bepalingen onmogelijk of uiterst bezwaarlijk is (...),.3
De Memorie van Toelichting bij de flex-BV geeft geen bevredigende toelichting bij de nieuwe woordkeuze. 'Lid 5 stelt als grondregel dat statutaire bepalingen die de overdraagbaarheid onmogelijk of uiterst bezwaarlijk maken, geen toepassing vinden. De huidige wettelijke regeling stelt eenzelfde vereiste in artikel195 lid 8.'4
In de flex-BV is, net als bij de NV, een blokkeringsregeling niet verplicht. Wellicht een reden voor de keus.5
Wat wij wel leren uit de Memorie van Toelichting is dat door te bepalen dat de statutaire regeling 'geen toepassing vindt' er geen sprake is van nietigheid van een (te) bezwarende regeling in de statuten, waarmee onzekerheid over de geldigheid wordt vermeden.6
Ten Berg, die al meende dat regelingen als beschreven in rechte stand zouden moeten kunnen houden7 krijgt hierbij, voor zover nog nodig, zijn gelijk. De regeling is geldig. Wel kan zij terzijde worden geschoven, daar waar de regeling leidt tot de onmogelijkheid voor de aandeelhouder die zijn vereiste kwaliteit verliest zijn aandelen over te dragen.
Hoewel — anders dan Ten Berg als uitgangspunt neemt — de statutaire bepalingen basis zijn voor de geldigheid, spelen de door Ten Berg genoemde `checks and balances' naar mijn idee toch een belangrijke rol.
Ik kom — dat motiverend — tot de volgende conclusie:
Het opnemen van een kwaliteitseis in de statuten inhoudende dat een aandeelhouder partij moet zijn bij een aandeelhouders- of joint venture overeenkomst is per definitie geldig;
Het niet langer voldoen aan de kwaliteitseis kan leiden tot een opschorting van de aan de aandelen verbonden stemrecht;
Tevens kan het niet langer voldoen aan de kwaliteitseis leiden tot een verplichting tot overdracht van de aandelen;
Wanneer bij een verplichte of vrijwillige voorgenomen overdracht de kwaliteitseis leidt tot de onmogelijkheid of uiterste bezwarende mogelijkheid de door een aandeelhouder gehouden aandelen over te dragen aan een derde wordt de kwaliteitseis terzijde geschoven;
De vraag of een overdracht als gevolg van de kwaliteitseis onmogelijk of uiterst bezwarend is, wordt bepaald door alle omstandigheden van het geval waarbij aan de in de overeenkomst opgenomen `checks and balances' een belangrijke rol moet worden toebedacht.
Hieruit moge duidelijk zijn geworden dat de kern waar het om gaat — de vraag of de minderheidsaandeelhouder die van zijn uittreedrecht gebruik maakt in de periode tot de fusie zijn stemrecht kan verliezen — op basis van bovenstaande redenering bevestigend kan worden beantwoord.
De notaris zelf hoeft bij het opstellen van statuten waarin een dergelijke kwaliteitseis wordt opgenomen niet bevreesd te zijn voor nietigheid van de bepaling. De praktijk leert dat hij dat ook niet is.
In veel statuten van advocaten- en notariskantoren komen dergelijke bepalingen voor. Zo bepaalden de statuten van AKD Prinsen van Wijmen N.V.:
`Aandeelhouders kunnen slechts zijn: (...) met betrekking tot aandelen N: de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, dan wel soortgelijke vennootschappen naar het recht van een land waar de vennootschap een vestiging heeft, waarvan alle aandelen en alle aanspraken op winst en het eigen vermogen, hetzij rechtstreeks, hetzij middellijk, berusten bij beoefenaren van het beroep van (kandiaat) notaris en waarvan het bestuur middellijk of onmiddellijk berust bij zodanige personen, welke vennootschappen met de vennootschap een managementovereenkomst krachtens welke al zodanige beoefenaren de praktijk daadwerkelijk uitoefenen binnen de vennootschap hebben gesloten en welke managementovereenkomst nog van kracht is of waarvan vaststaat dat zij terstond na het verkrijgen van de aandelen een dergelijke overeenkomst zullen sluiten. '8