Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/430:430 Onvoldoende belang
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/430
430 Onvoldoende belang
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459513:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de verzoeker onvoldoende processueel belang heeft bij zijn verzoek tot het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor, dient het verzoek teworden afgewezen. De rechter kan beoordelen of voldoende processueel belang bestaat door twee hypothetische situaties tegen elkaar af te zetten: die waarin het verzoek wordt toegewezen en die waarin het verzoek wordt afgewezen. Als het verschil tussen die twee situaties niet of onvoldoende bestaat, dan bestaat geen of onvoldoende belang in de zin van art. 3:303 BW bij het verzoek. Onvoldoende processueel belang bij de toewijzing van een voorlopig getuigenverhoor bestaat als de verklaringen (hoogstwaarschijnlijk) niet kunnen worden gebruikt ten behoeve van de hoofdzaak. Het verschil tussen afwijzing en toewijzing is dan niet of onvoldoende aanwezig (par. 7.2-7.4).