Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/437:437 Ander zwaarwichtig bezwaar
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/437
437 Ander zwaarwichtig bezwaar
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS458287:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de invulling van deze afwijzingsgrond geldt als richtlijn dat sprake moet zijn van aanzienlijke bezwaren tegen toewijzing van het voorlopig getuigenverhoor. Deze grond kan naar mijn mening een nuttige rol vervullen als sprake is van knelpunten ten aanzien van de persoon van de getuige zelf, die al tijdens de behandeling van het verzoek onder de aandacht van de rechter worden gebracht (par. 10.2 en 10.3).
In de hierna volgende – niet limitatief bedoelde – gevallen kan een zwaarwichtig bezwaar bestaan:
een aangekondigd beroep op een verschoningsrecht/geheimhoudingsplicht. In beginsel is het aan de rechter-commissaris om, na de verschijning van een getuige, een beslissing te nemen als een getuige aanvoert een reden te hebben om niet te getuigen of bepaalde vragen niet te beantwoorden. De rechter kan echter het bestaan van een ander zwaarwichtig bezwaar aannemen als op voorhand waarschijnlijk lijkt dat door een getuige geen inhoudelijke verklaring zal worden afgelegd. Of in een concreet geval daadwerkelijk sprake is van een ander zwaarwichtig bezwaar, hangt van de omstandigheden af. Daarbij is met name de reden waarom de getuige meent geen of slechts een gedeeltelijke verklaring te hoeven afleggen van belang (par. 10.3.2).
bewijsovereenkomst (par. 10.3.3)
de wederpartij kan aantonen dat de getuige op medische gronden niet in staat is een getuigenverklaring af te leggen. Zeker als de lichamelijke of geestelijke beperking van tijdelijke aard is en de getuige later in de hoofdzaak wel een verklaring kan afleggen, lijkt mij dit een zwaarwegende factor om het voorlopig getuigenverhoor ten aanzien van de betreffende getuige niet de bevelen (par. 10.3.4).
de (emotionele) belasting van de getuige. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval (waarbij ook de belangen van partijen meewegen) kan het afleggen van een verklaring een onredelijke (emotionele) belasting betekenen voor een getuige (par. 10.3.5).
de getuige zelf of anderen lopen reëel fysiek gevaar als de getuige een inhoudelijke getuigenverklaring aflegt en praktische maatregelen kunnen dat gevaar niet afwenden. Het doen horen van getuigen waarvan de identiteit niet bekend is (anonieme getuigen), dient naar mijn mening in beginsel ook mogelijk te zijn in een voorlopig getuigenverhoor. De rechter dient de identiteit van de anonieme getuige wel te kennen en de wederpartij van de partij die de getuige oproept, dient voldoende de gelegenheid te krijgen de anonieme getuige zo effectief mogelijk te ondervragen (par. 10.3.6).