Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/431:431 Onvoldoende belang: vordering in de hoofdzaak bestaat niet (meer) of is kansloos
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/431
431 Onvoldoende belang: vordering in de hoofdzaak bestaat niet (meer) of is kansloos
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS455848:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Getuigenbewijs kan ten eerste niet worden gebruikt ten behoeve van de hoofdzaak als de vordering in de hoofdzaak niet (meer) bestaat of kansloos is. Hiervan is sprake als:
de verzoeker niet aangeeft welke vordering in de hoofdzaak hij denkt in te stellen (par. 7.5.2.2).
de vordering juridisch of feitelijk kansloos is. De verzoeker hoeft zijn vordering in de hoofdzaak niet te bewijzen of aannemelijk te maken. Als echter bij oppervlakkige beoordeling van de vordering in de hoofdzaak kan worden aangenomen dat die vordering hoogstwaarschijnlijk zal worden afgewezen, ofwel: juridisch of feitelijk kansloos is, bestaat onvoldoende belang bij een voorlopig getuigenverhoor (par. 7.5.2.3).
de vordering dan wel een bepaald geschilpunt niet meer bestaat. Als bij oppervlakkige beoordeling van de vordering in de hoofdzaak blijkt dat aan die vordering of aan een bepaald, voor de beoordeling van die vordering relevant geschilpunt hoogstwaarschijnlijk een einde is gemaakt, bestaat onvoldoende belang bij een voorlopig getuigenverhoor. Hiervan kan sprake zijn in geval van een vonnis met gezag van gewijsde, een vaststellingsovereenkomst, een royement, een eindbeslissing of een herroepingsprocedure (par. 7.5.2.4).