Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/425:425 Strafrechtelijke procedure
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/425
425 Strafrechtelijke procedure
Documentgegevens:
mr. E. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
mr. E. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452223:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een gewezen verdachte kan – indien achteraf blijkt dat geen rechtvaardiging voor het strafrechtelijk optreden van politie en justitie bestond – met het oog op zijn schadevergoedingsvordering op grond van onrechtmatige daad een voorlopig getuigenverhoor verzoeken. De verschillende bepalingen in Sv die de gewezen verdachte de mogelijkheid geven tot het verkrijgen van een schadevergoeding (art. 89, 591 en art. 591a Sv) betreffen procedures bij de strafrechter; in het kader van deze niet-civiele procedures kan dan ook geen voorlopig getuigenverhoor worden bevolen (par. 4.3.2.2). Een veroordeelde kan onder voorwaarden schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad vorderen. Indien en voor zover de civiele rechter in de hoofdzaak de schadevergoedingsvordering kan beoordelen, kan een voorlopig getuigenverhoor worden toegewezen (par. 4.3.2.3).
Het onzorgvuldig en onvolledig uitvoeren van een strafrechtelijk onderzoek kan onrechtmatig zijn. In beginsel bestaat dan ook de mogelijkheid om met het oog op een procedure op grond van onrechtmatige daad tijdens een voorlopig getuigenverhoor informatie te verkrijgen over dat strafrechtelijk onderzoek (par. 4.3.2.4).
Aangezien de civielrechtelijke schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij wordt behandeld in een strafprocedure, is het niet mogelijk in het kader van deze procedure een voorlopig getuigenverhoor toe te staan. De strafrechter kan de benadeelde partij om verschillende redenen niet-ontvankelijk verklaren in haar schadevergoedingsvordering. Na een (gedeeltelijke) niet-ontvankelijkverklaring door de strafrechter kan de benadeelde partij haar vordering (gedeeltelijk) indienen bij de burgerlijke rechter. In deze gevallen kan met het oog op de civiele procedure een voorlopig getuigenverhoor worden bevolen (par. 4.3.2.5).