Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1020
Beklag ex art. 5.4.10 Sv jo. art. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Franse autoriteiten t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie. Moet erkenning van EOB door OvJ uit een schriftelijk stuk blijken? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 21 december 2021, NJ 2022/372, m.nt. A.H. Klip, over beoordelingskader voor beklagrechter, uit HR 19 november 2024, NJ 2024/363, over bij beoordeling betrekken van inhoud van EOB en uit HR 28 juni 2022, NJ 2023/227, m.nt. J.W. Ouwerkerk, dat rechter niet ambtshalve hoeft te doen blijken te hebben onderzocht of OvJ, na ontvangst van EOB, alle voorschriften van art. 5.4.2 Sv tot en met art. 5.4.5 Sv in acht heeft genomen voordat hij tot erkenning en uitvoering van EOB is overgegaan. De wet schrijft niet voor dat erkenning van EOB door OvJ (in een specifieke vorm) op schrift wordt gesteld. Zo’n verplichting vloeit ook niet voort uit Richtlijn 2014/41/EU. Oordeel van Rb dat o.g.v. mededeling van OvJ bij behandeling van klaagschrift kan worden vastgesteld dat EOB door OvJ is erkend, geeft in het licht van wat hiervoor is overwogen niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Gelet op wat OvJ bij behandeling van klaagschrift in raadkamer heeft medegedeeld, is dit oordeel ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
HR 09-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1234
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T. Kooijmans, F. Posthumus
- Zaaknummer
25/00405 Br
- Conclusie
A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1234, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:757, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑07‑2025
Essentie
Beklag ex art. 5.4.10 Sv jo. art. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Franse autoriteiten t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie. Moet erkenning van EOB door OvJ uit een schriftelijk stuk blijken? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 21 december 2021, NJ 2022/372, m.nt. A.H. Klip, over beoordelingskader voor beklagrechter, uit HR 19 november 2024, NJ 2024/363, over bij beoordeling betrekken van inhoud van EOB en uit HR 28 juni 2022, NJ 2023/227, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.