Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/1010
Medeplegen valselijk opmaken van Belgisch paspoort (art. 231 lid 1 Sr) en voorhanden hebben van dit vervalste paspoort (art. 231 lid 2 Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte niet de persoon is die in afgeluisterde telefoongesprekken voorkomt als ‘Jamal’ omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker van desbetreffend telefoonnummer was, art. 359 lid 2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Verdediging heeft omstandigheden op grond waarvan in p-v van 12 november 2017 wordt geconcludeerd dat verdachte de gebruiker is van desbetreffend telefoonnummer gemotiveerd weersproken. Voorts is door verdediging aangevoerd dat stemherkenning die door tolk is uitgevoerd onvoldoende betrouwbaar is om voor bewijs gebruikt te worden. Dit verweer kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als uos t.a.v. identificatie van verdachte als gebruiker van dit telefoonnummer. Hof is daarvan afgeweken. Door hof bevestigde bewijsoverwegingen van Rb bevatten niet redenen die daartoe hebben geleid a.b.i. art. 359 lid 2 (tweede volzin) Sv. In het voor bewijs gebruikte onderdeel van p-v van identificatie van 19 februari 2018 wordt conclusie dat ‘het niet anders kan zijn dan dat gebruiker van telefoonnummers een en dezelfde persoon is, namelijk verdachte’, ook niet nader toegelicht, zodat niet kan worden gezegd dat daarin nadere motivering van verwerping van standpunt van verdediging besloten ligt. Deze motivering kan evenmin worden gevonden in ’s hofs aanvullende beslissing op de door verdediging gedane voorwaardelijke verzoeken. Hof staat in dat kader weliswaar stil bij de door verdediging betwiste stemherkenning van tolk, maar dat staat verder los van overige naar voren gebrachte bezwaren van verdediging tegen identificatie van verdachte als gebruiker van telefoonnummer. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/00573 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
HR 09-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1241
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/00696
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1241, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:596, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑05‑2025
Essentie
Medeplegen valselijk opmaken van Belgisch paspoort (art. 231 lid 1 Sr) en voorhanden hebben van dit vervalste paspoort (art. 231 lid 2 Sr). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat verdachte niet de persoon is die in afgeluisterde telefoongesprekken voorkomt als ‘Jamal’ omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker van desbetreffend telefoonnummer was, art. 359 lid 2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Verdediging heeft omstandigheden op grond waarvan in p-v van 12 november 2017 wordt geconcludeerd dat verdachte de gebruiker is van desbetreffend telefoonnummer gemotiveerd weersproken. Voorts is door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.