RvdW 2025/1009:Oplichting (meermalen gepleegd) door ander te bewegen tot afgifte van geld en telefoons met abonnementen, art. 326 lid 1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg t.z.v. afgifte van telefoons met abonnementen en sieraden en veroordeling t.z.v. afgifte van geld, waarna hof de verdachte n-o verklaart in zijn hoger beroep t.a.v. afgifte van sieraden. Innerlijke tegenstrijdigheid ontvankelijkheid h.b. en kwalificatie, art. 404 lid 5 Sv. Is oordeel hof over ontvankelijkheid van het door verdachte ingestelde h.b. verenigbaar met kwalificatie die hof heeft gegeven aan bewezenverklaarde? Hof heeft geoordeeld dat deel van tlgd. handelingen en gedragingen van verdachte (m.b.t. afgifte van geld en telefoons met abonnementen) zodanig met elkaar zijn verweven dat deze moeten worden gezien als 2 afzonderlijke feiten. Nu hof, met toepassing van art. 57 Sr, bewezenverklaarde heeft gekwalificeerd als ‘oplichting, meermalen gepleegd’, is oordeel innerlijk tegenstrijdig en dus niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.