Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/7.2.2
7.2.2 Equality
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686199:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voorkeur voor een verdeling waarbij iedere deelnemer een gelijk deel ontvangt, blijkt uit onderzoek van Deutsch 1975, Morgan & Sawyer 1967, Shapiro 1975, Stouten, De Cremer & Van Dijk 2007. Voor overzichtsartikelen op het vlak van distributieve rechtvaardigheid, zie: Konow 2003 en Sabbagh 2001. Ook bij andere primaten, zoals apen, is gebleken van eenzelfde voorkeur voor gelijke uitkomsten. Zie nader: Brosnan, Proctor, De Waal & Williamson 2013 en Brosnan & De Waal 2003.
Zie o.a. Stouten, De Cremer & Van Dijk 2005.
Zie Stouten, De Cremer & Van Dijk 2007, bijvoorbeeld op p. 62: “when equality is violated people will be emotionally upset”. Zie voorts het vervolgonderzoek van Stouten 2009 naar de gevolgen van een schending van de gelijkheid voor het gedrag van de groepsdeelnemers.
Stouten 2009, p. 517. Zie voor een overzicht van dergelijke situaties: Komorita & Parks 1994.
Nader hierover: Hardin 1968 en Weber, Kopelman & Messick 2004.
Kerr 1995 en Messick 1993. Voorkeur voor een verdeling waarbij iedere deelnemer een gelijk deel ontvangt, blijkt voorts uit onderzoek van Deutsch 1975, Morgan & Sawyer 1967, Shapiro 1975, Stouten, De Cremer & Van Dijk 2007.
Miller 1999, p. 26 onderscheidt drie basisvormen van relationship: “solidaristic community, instrumental association, and citizenship”. Equality verbindt hij (p. 3) aan citizenship: “In modern liberal democracies, members of a political society are related not just through communities and their instrumental associations but also as fellow citizens. (...) The primary distributive principle of citizenship association is equality.”
Fry, Firestone & Williams 1983, Clark & Mills 1979, Clark, Mills & Corcoran 1989, McLean Parks, Boles, Conlon, DeSouza, Gatewood e.a. 1996, Shapiro 1975.
Deutsch 1975, Leventhal 1976 en Sondak, Neale and Pinkley 1999, p. 492.
Sondak, Neale and Pinkley 1999.
Sondak, Neale & Pinkley 1999, p. 506.
Bij een verdeling op basis van equality wordt eenieder gelijk behandeld ongeacht de geleverde bijdrage of de behoefte. Een verdeling op basis van gelijkheid wordt in tal van situaties belangrijk gevonden door mensen.1 Uit onderzoek naar de achterliggende oorzaak voor deze voorkeur voor gelijkheid, blijkt dat mensen in belangrijke mate worden gedreven door eerlijkheid (fairness).2 Een belangrijke aanwijzing hiervoor is dat een schending van de gelijkheid emotionele reacties kan oproepen, doordat mensen dat als oneerlijk percipiëren.3
Mensen hebben regelmatig te maken met situaties waarbij hun persoonlijke belangen botsen met collectieve belangen. Deze situaties worden ook wel aangeduid als social dilemmas.4 Een voorbeeld van een social dilemma is het public good dilemma. In een dergelijke situatie kan een individueel groepslid het publieke goed consumeren zonder een bijdrage te hoeven leveren. Een voorbeeld hiervan is het vissen in een bepaald gebied.5 Hierbij beschikt een groep mensen over een gezamenlijke bron (een visgebied). De bijdrage die daarom wordt gevraagd, is het zich houden aan een quotum (een beperking van de visvangst voor een bepaalde vissoort tot een vastgesteld maximum). Alle individuele groepsleden kunnen in beginsel hun visvangst maximeren zonder zich te houden aan het geldende quotum. Echter, indien te veel vissers hiervoor opteren, raakt de bron uitgeput waardoor het gehele collectief slechter af is. Uit onderzoek naar de voorkeur voor een verdelingsnorm bij de verdeling van publieke goederen in een samenleving, blijkt een voorkeur voor gelijkheid (equality) als verdelingsmaatstaf. 6 In het voorbeeld van de visvangst geldt dan de regel dat iedere visser een gelijk maximum aantal vissen mag vangen.
De context waarin de equality-rule wordt toegepast, is dus allereerst de verdeling van publieke middelen tussen de burgers van een staat.7 De regel wordt echter ook het meest rechtvaardig gevonden in situaties buiten het publieke kader. Een verdeling op basis van gelijkheid heeft – in vergelijking tot een verdeling op basis van equity – ook de voorkeur in geval van lange termijnrelaties waarbij partijen een nauwe persoonlijke band met elkaar hebben (vriendschap, bloedband, partner in een affectieve relatie).8 Als verklaring wordt genoemd dat in deze situaties sociale harmonie belangrijk is.9 Een verdeling op basis van gelijkheid zou deze harmonie bevorderen.10
Indien er geen sprake is van schaarste, lijken ook mensen die geen nauwe persoonlijke band hebben, de voorkeur te hebben voor een verdeling op basis van gelijkheid.11