Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.1.0
1.1.0 Introductie
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268408:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
De term financiële instelling heeft in dit proefschrift een bredere betekenis dan het in de Wft gedefinieerde begrip “financiële instelling”, en omvat onder meer de financiële ondernemingen als bedoeld in de Wft, pensioenfondsen en trustkantoren. Zie Hoofdstuk 1, par. 1.8.2 en par. 1.10.
Zie art. 1:24 en 1:25 Wft en Kamerstukken II, 1995/96, 24 843, nr. 1, p. 3 voor een beschrijving van de doelstellingen van de financiële toezichtwetten.
D. Busch, ‘Gedrag in de bestuurskamers van financiële instellingen’, FR 2013, afl. 7/8, p. 231.
Zie hierover Hoofdstuk 2.
Zie Hoofdstuk 1, par. 1.8.1.
De financiële sector vervult een essentiële rol in de Nederlandse economie. De sector is daarom sterk gereguleerd en staat onder extern toezicht. Toezichtwetgeving is gericht op het bewaken van de integriteit en financiële soliditeit van financiële instellingen,1 op bescherming van de belangen van consumenten en beleggers en, uiteindelijk, op het waarborgen van de stabiliteit van het financiële stelsel als geheel.2
Een doorslaggevende factor voor het kunnen realiseren van deze doelstellingen is het gedrag en het handelen van de mensen die bij deze instellingen werkzaam zijn of daar anderszins (nauw) bij zijn betrokken. Bestuurders, commissarissen en invloedrijke aandeelhouders staan daarbij centraal. Zij zijn verantwoordelijk voor alle belangrijke beleidsbeslissingen en de uitvoering daarvan binnen de instelling, zoals het bepalen van de strategie, het voeren van een beheerste en integere bedrijfsvoering en de mate waarin de belangen van klanten centraal worden gesteld. Door hun voorbeeldfunctie (“toon aan de top”) kunnen zij grote invloed uitoefenen op de risico- en integriteitscultuur in de onderneming en op het handelen en het gedrag van medewerkers in alle lagen van de organisatie. Oftewel, in de woorden van Busch:
“Een gezonde financiële sector begint en eindigt bij de mensen die daar werkzaam zijn. Het gedrag van degenen die bij de financiële instellingen aan de touwtjes trekken is daarbij van cruciaal belang.”3
De financiële toezichtwetgeving stelt daarom bepaalde “kwaliteitseisen” aan deze personen. Deze eisen liggen op het vlak van betrouwbaarheid, geschiktheid en reputatie.4 De financiële instellingen zijn er zelf voor verantwoordelijk dat de bedoelde personen aan de gestelde eisen voldoen. De toezichthouders zien echter toe op de naleving van deze verplichting en toetsen individuele personen ook zelf.5 Deze toetsingen, de personentoetsingen in de Nederlandse financiële sector, zijn het onderwerp van deze studie.