De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/8.2.3:8.2.3 Afwijkende rangorde
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/8.2.3
8.2.3 Afwijkende rangorde
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS383442:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus de wetgever, zie PG Boek 3 BW, p. 122. Toch vormt het tweede lid in zekere zin ook een nadere uitwerking van de hoofdregel, te meer omdat de hierna te bespreken regelingen tevens een uitzondering maken op het tweede lid.
In dit rijtje pleegt men ook de afwijkende rangorde bij beslag op grond van art. 505 lid 3 Rv te noemen. Dat is zonder meer juist. Het beslag komt evenwel in een latere paragraaf aan de orde omdat dit geen goederenrechtelijk recht op een registergoed betreft.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de rangorde naar de volgorde van de tijdstippen van inschrijving in de registers bestaan enkele uitzonderingen. Het eerste lid van art. 3:21 BW bepaalt uitdrukkelijk dat uit de wet een afwijkende rangorde kan voortvloeien. Het in de vorige paragraaf uitgewerkte tweede lid van art. 3:21 BW – rangorde naar de volgorde van tijdstippen waarop de akten zijn opgemaakt – betreft één van die uitzonderingen.1 Van een afwijkende rangordein het kader van goederenrechtelijke rechten op een registergoed is voorts sprake in drie gevallen die hierna afzonderlijk aandacht krijgen.2
8.2.3.1 Hypotheek voor onbetaalde kooppenningen8.2.3.2 Hypotheek voor overbedelingssom bij verdeling8.2.3.3 Rangwisseling