Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/3.3.5:3.3.5 Instemming en werknemers
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/3.3.5
3.3.5 Instemming en werknemers
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85533:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor werknemers in dienst van de moedermaatschappij ligt dat anders. De door de moedermaatschappij afgelegde verklaring van hoofdelijke aansprakelijkstelling kan (potentieel) van grote invloed zijn op de financiële positie van de moedermaatschappij als werkgever van deze werknemers, en daarmee ook op de werkgelegenheid.
Art. 31a lid 2 WOR.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 2:403 lid 1 onder b BW zijn werknemers van de groepsrechtspersoon niet aangewezen als instemmingsgerechtigden. Een (zelfstandig) instemmingsrecht voor deze werknemers ligt niet erg voor de hand. Het gebruik van het groepsregime door de groepsrechtspersoon heeft voor de werknemers geen directe consequenties.1 Het gebruik van het groepsregime raakt weliswaar de informatiepositie van werknemers, maar zij kunnen zich ter compensatie voor de achteruitgang in hun informatiepositie voor schulden voortvloeiende uit door de groepsrechtspersoon aangegane rechtshandelingen, waaronder begrepen arbeidsovereenkomsten, wenden tot de moedermaatschappij. Als er bij de groepsrechtspersoon een ondernemingsraad is ingesteld, geldt evenmin een instemmingsrecht. Vanwege de hiervoor genoemde compensatie voor werknemers van de groepsrechtspersoon is daaraan mijns inziens geen behoefte. Ik merk nog op dat de groepsrechtspersoon ook bij het gebruik van het groepsregime gehouden is om zo spoedig mogelijk na vaststelling van de jaarrekening de jaarrekening ter bespreking aan de ondernemingsraad te verstrekken.2 Het gaat dan om de jaarrekening in de vorm waarin deze is vastgesteld. Deze jaarrekening moet ten minste voldoen aan de in art. 2:403 lid 1 onder a BW weergegeven minimuminrichtingsvereisten.