Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.7.2
2.7.2 Andere vormen van collectief beleggen
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193570:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 6 lid 1 Richtlijn (EU) 2016/2341. Ook levensverzekeraars kunnen het beheer van collectieve pensioenfondsen uitvoeren (zie art. 2 lid 3 sub b onder iii Richtlijn 2009/138/EG). Lidstaten kunnen ervoor kiezen in dat geval de meeste bepalingen uit Richtlijn (EU) 2016/2341 van overeenkomstige toepassing te verklaren (art. 4 Richtlijn (EU) 2016/2341).
Zie paragraaf 2.3. Niet te verwarren uiteraard met de Nederlandse pensioendrie- hoek: de driehoeksverhouding tussen werkgever, werknemer en pensioenuit- voerder.
Overweging 5 en verder Richtlijn (EU) 2016/2341. Veel van de verplichtingen kunnen optioneel door lidstaten worden toegepast. Een voorbeeld hiervan is de verplichting om een bewaarder aan te stellen.
Er kan niet alleen collectief belegd worden middels beleggingsinstellingen. Ook via pensioenvoorzieningen kunnen beleggers op collectieve wijze deelnemen in de waardeontwikkeling van beleggingen. In het Europees recht kunnen instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening dit aanbieden.1 De opzet van de Europese regelgeving voor deze pensioeninstellingen is deels gelijk aan die van de icbe-regelgeving. Zo dient de instelling in een register ingeschreven te worden of een vergunning te verkrijgen in de lidstaat waarin het hoofdbestuur is gevestigd.2 Ook kan de instelling na notificatie grensoverschrijdende activiteiten ontplooien.3 Tevens kan een lidstaat voorschrijven dat een bewaarder aangesteld dient te worden voor bewaring van activa en de vervulling van toezichttaken.4 De instelling voert pensioenregelingen uit ten behoeve van deelnemers en pensioengerechtigden.5 Met enige fantasie kan zo wederom de beleggingsdriehoek van Zetzsche6 worden gevormd met in dit geval de instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (in plaats van de beheerder), de bewaarder en de deelnemers/pensioengerechtigden met in het midden de pensioenregeling (in plaats van de icbe). De verplichtingen waar de instelling en de bewaarder aan dienen te voldoen zijn echter veel voorzichtiger geformuleerd gezien de grote diversiteit in instellingen tussen lidstaten.7 Desalniettemin komen veel van de thema’s overeen met die uit de Icbe-Richtlijn. Zo zijn er verplichtingen opgenomen omtrent beleggingen8, transparantie9 en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening10. Daarnaast ligt er een grote nadruk op het prudentiële kader en op kwantitatieve eisen om te zorgen dat tegenover de passiva (die voortvloeien uit de pensioenregelgeving) voldoende activa staan.11 Uiteraard ontbreken die regels in de Icbe-Richtlijn.
Het hele Europese kader van collectief vermogensbeheer is opgenomen in de volgende figuur.
Figuur 5 Collectief beleggen in Europa.