Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.8
8.8 Tussenconclusie
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS401986:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Flume 1962, p. 394-395: ‘Das Anwartschaftsrecht ist nichts anderes als die begriffliche Zusammenfassung der Vorwirkungen des bedingten Eigentumserwerbs vor Eintritt der Bedingung’, zij het dat Flume 1992, p. 707-714 een beperkte voorstelling heeft van de omvang van deze Vorwirkungen. Zie ook Wilhelm 2010, p. 909 volgens wie het bij het Anwartschaftsrecht gaat om ‘die Konsequenzen aus dem gesetzlichen Schutz’ van § 161 BGB. In gelijke zin MünchKomm-BGB/Westermann 1995, § 455 BGB, Rn. 47. Zie voor Oostenrijk Klang/Bydlinski 1978, § 1063 ABGB, p. 561 en Klang/Beclin 2011, § 897 ABGB. Rn. 52.
Zie over de Erwerbsfunktion van het Anwartschaftsrecht uitvoerig Forkel 1962, p. 23 e.v. en met betrekking tot de Schutzfunktion met name p. 28-30 en voorts p. 59-62. Zie voorts Soergel/Henssler 2002, Anh zu § 929 BGB, Rn. 69 en Staudinger/Bork 2015, Vorbem zu §§ 158 ff BGB, Rn. 66. Zie voor de bescherming van het belang van de koper voorts Klang/Bydlinski 1978, § 1063 ABGB, p. 560. Kernachtig komen deze twee functies tot uitdrukking bij Von Jhering 1871, p. 458 die opmerkt ‘daû zu Gunsten eines in der Entstehung begriffenen Rechts, also um eines künftigen Zwecks willen schon jetzt Beschränkungen Platz greifen, welche dessen künftige Verwirklichung vorbereiten und sicher stellen sollen.’
In het voorgaande is de verklaring voor de goederenrechtelijke werking van de vervulling van de voorwaarde als vertrekpunt genomen voor de kwalificatie van de rechtspositie van de koper gedurende de periode van onzekerheid. Tot een daadwerkelijke kwalificatie van de rechtspositie van de koper kan men namelijk pas komen nadat duidelijk is geworden op welke wijze de goederenrechtelijke werking van de vervulling van de voorwaarde is gewaarborgd. Artikel 3:84 lid 4 BW speelt in dat verband een beslissende rol. Op grond van die bepaling verkrijgt de koper uit hoofde van de overdracht onder opschortende voorwaarde terstond een recht dat is onderworpen aan dezelfde voorwaarde. Doordat de koper aldus direct een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde verkrijgt, is het eigendomsrecht van de verkoper dienovereenkomstig beperkt. Aangezien dit eigendomsrecht zelfstandig kan uitgroeien tot het onvoorwaardelijk eigendomsrecht in het vermogen van de koper, wordt de eigendomsverkrijging van de koper niet bedreigd door tussentijdse beschikkingen gedurende de periode van onzekerheid.
Vervolgens is nader ingegaan op de bezwaren tegen deze benadering en is onderzocht hoe het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde valt te karakteriseren en hoe dit recht zich verhoudt tot het eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde. Gebleken is daarbij dat zowel het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde van de koper als de daaraan verbonden bevoegdheden ertoe strekken te waarborgen dat vervulling van de voorwaarde het beoogde rechtsgevolg heeft, zodat dit recht en de daaraan verbonden bevoegdheden een uitvloeisel zijn van de Vorwirkungen van de opschortend voorwaardelijke overdracht.1 In het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde laten zich daarmee twee functies ontwaren, die weliswaar te onderscheiden zijn, maar tegelijkertijd nauw met elkaar zijn verbonden. Het gaat daarbij om de verkrijgingsfunctie (Erwerbsfunktion) en de beschermingsfunctie (Schutzfuntkion).2 Het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde is een figuur die dient ter overbrugging van de periode van onzekerheid. Omdat de verkrijger terstond een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde verkrijgt, is dat eigendomsrecht immuun tegen gebeurtenissen in de periode van onzekerheid die de onvoorwaardelijke eigendomsverkrijging zouden kunnen verijdelen, waardoor de verkrijging van de eigendom bij vervulling is gewaarborgd. De aan dat recht verbonden bevoegdheden strekken ertoe dat deze overbruggingsfiguur ook ten opzichte van derden zijn belofte kan waarmaken, in die zin dat de vervulling van de voorwaarde leidt tot verkrijging van de onvoorwaardelijke eigendom.
Aldus is het voorwaardelijk eigendomsrecht niet slechts een wenselijkheidsproduct, dat er slechts toe strekt banken een extra vermogensbestanddeel als voorwerp voor een zekerheidsrecht te bieden, maar een onontbeerlijk recht ter bescherming van de positie van de koper gedurende de periode van onzekerheid.