De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.8.7:5.8.7 Mogelijkheden om medezeggenschap te laten wegvloeien/omzeilen
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.8.7
5.8.7 Mogelijkheden om medezeggenschap te laten wegvloeien/omzeilen
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS383672:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. L. Timmerman, ‘De medezeggenschap van de Europese vennootschap; een eerste verkenning vanuit Nederlands gezichtspunt’, Ondernemingsrecht 2001-7 en R.H. van het Kaar, ‘De Europese vennootschap en de medezeggenschap’, SR 2003-6, p. 181-187.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het beginsel van de Europese regelgeving op het gebied van medezeggenschap is dat in beginsel geen bestaande medezeggenschap wegvloeit (preambule SE-Richt-lijn nr. 15). Dit uitgangspunt is ook terug te vinden in het ‘voor en na-beginsel.’ Daarnaast beoogt de Europese wetgever misbruik van de Europese regelgeving op het gebied van herstructureringen te voorkomen. In de praktijk lijken de richtlijnen, verordeningen en nationale implementatiewetgeving echter veel ruimte te bieden voor het – al dan niet bewust – laten verdwijnen van (vennootschapsrechtelijke) medezeggenschap.1 In deze paragraaf zal ik enkele situaties beschrijven waarbij het gebruik van de Europese vormen van herstructurering kan leiden tot het wegvloeien van medezeggenschap.
5.8.7.1 De besluitvorming van de bog5.8.7.2 De criteria voor de toepasselijkheid van de referentievoorschriften5.8.7.3 Personele veranderingen5.8.7.4 Oprichten van dochter-SE en omzetting van een SE in een nationale vennootschap5.8.7.5 De plank-SE5.8.7.6 De ‘hoogste aantal-doctrine’5.8.7.7 De oprichting van een SPE