RvdW 2026/544:Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door in café een ander in zijn gezicht te stompen, waardoor deze gebitschade oploopt, art. 300 lid 2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht daderschap van verdachte. 2. Bewijsklacht zwaar lichamelijk letsel. Kan gebitschade worden aangemerkt als ‘zwaar lichamelijk letsel’ a.b.i. art. 300 lid 2 Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG falen middelen. CAG: Ad 1. Gelet op lange tijd die is gelegen tussen pleegdatum en verhoor bij R-C, is het niet onbegrijpelijk dat hof de verklaring die getuige A bij politie heeft afgelegd tot uitgangspunt heeft genomen. Hof heeft gemotiveerd waarom het de verklaring van aangever en getuige A tot uitgangspunt neemt. Hierbij heeft hof van doorslaggevend belang geacht dat getuigen (waaronder dus ook B) op meer of mindere afstand in café stonden en dat aangever zelf verdachte de klap heeft zien uitdelen. Keuze van hof om meer gewicht toe te kennen aan verklaring van aangever (ondersteund door verklaring van getuige A) dan aan verklaringen van 6 getuigen die andere dader aanwijzen, is daarmee niet onbegrijpelijk. Daarbij komt dat hof heeft onderkend dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat aangever een tweede klap op achterhoofd heeft gekregen en dat die volgens aangever door andere dader is uitgedeeld. Ad 2. Motivering van bewezenverklaring van zwaar lichamelijk letsel is toereikend, nu hof heeft vastgesteld dat 2 tanden van aangever door verdachte volledig uit zijn kaak zijn geslagen en dat derde tand loszat. Een van deze tanden was niet meer terug te plaatsen doordat bot waaraan tand vastzat niet meer was te redden en verwachting was dat ook andere 2 tanden verloren zullen gaan. Voorts heeft verdachte na klap gedurende 2 jaren meerdere pijnlijke behandelingen, waaronder wortelkanaalbehandelingen, moeten ondergaan en 4 weken niet kunnen werken. Bovendien kan aangever niet op normale manier harde broodjes eten, omdat zijn neptand daar niet tegen kan, moet hij voorzichtig tandenpoetsen en is sprake van litteken doordat weggeslagen tandbot nog altijd zichtbaar is bij het lachen. Uit voorgaande volgt dat hof t.a.v. alle factoren die van belang zijn bij beantwoorden van vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel vaststellingen heeft gedaan en tevens overwegingen heeft gewijd aan deze factoren. Hof kon tegen deze achtergrond oordelen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel a.b.i. art. 300 lid 2 Sr. Hieraan doet niet af dat hof dit oordeel heeft gebaseerd op verklaringen van aangever en niet op medische stukken. Volgt verwerping.