Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.8.1:2.4.8.1 Europese jurisdictionele competitie gericht op kleine besloten vennootschappen
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.8.1
2.4.8.1 Europese jurisdictionele competitie gericht op kleine besloten vennootschappen
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS393103:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Commission of the European Communities (2008a), `Proposal for a Council Regulation on the Statute for a European private company, COM (2008) 396/3.
32% van de respondenten was afkomstig uit de industrie, 17% bestond uit publieke intermediairs, 12% was investeerder, 8% was financiële dienstverlener en 7% van de respons werd gevormd door de reacties van vakbonden.
Commission of the European Communities (2007), supra noot 103, blz. 7.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Europese recht heeft de wetgeving voor de beursvennootschappen grotendeels geharmoniseerd, waardoor voor beursvennootschappen weinig prikkels zijn om zich te verplaatsen. Het vennootschapsrecht voor de kleine besloten vennootschappen is nog steeds divers. De discussie over de jurisdictionele competitie in de EU heeft zich dan ook niet zozeer af gespeeld in het kader van de herincorporaties van de grote beursvennootschappen, maar meer op het gebied van de incorporaties van kleine besloten vennootschappen. Het midden-en kleinbedrijf omvat zo'n 99% van alle vennootschappen in de EU. Daarvan houdt maar 8% zich bezig met grensoverschrijdende handel en 5% heeft dochterondernemingen of joint ventures in andere lidstaten.1 In het kader van de impactbeoordeling van de veertiende richtlijn betreffende grensoverschrijdende zetelverplaatsing bleek dat 79,6% van de respondenten van mening was dat er een behoefte is aan een dergelijke richtlijn.2 De richtlijn zou de mobiliteit van Europese vennootschappen, en dan met name het midden-en kleinbedrijf, faciliteren. Het zou deze bedrijven in staat stellen hun vennootschap te vestigen in de lidstaat die het beste aansluit bij hun behoeftes en zou zorgen voor rechtszekerheid en transparantie.3 Deze reacties geven er blijk van dat vennootschappen inderdaad de mogelijkheid van een eenvoudige zetelverplaatsing van waarde achten. De vraag rijst in hoeverre de Europese kleine besloten vennootschappen tot nu toe gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid zich in een andere lidstaat te (her)incorporeren en welke stimulansen hierbij van dominante invloed zijn geweest