Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/4.3.3
4.3.3 Stemklassen
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197736:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Re Sovereign Life Assurance Co v Dodd (1892) 2 Q.B. 573.
Re Hawk Insurance Co Ltd (2001) EWCA Civ 241. Zie verder Payne 2014, p. 55, Olivares-Caminal e.a. 2016, p. 255 en Orbán 2018, p. 226-227.
Re Hawk Insurance Co Ltd (2001) EWCA Civ 241. Zie ook Pilkington 2017, p. 83.
O.a. re BTR plc (2001) 1 BCLC 740 en re Telewest Communications plc (2004) EWHC 924 (Ch). Zie verder Payne 2014, p. 49 en Pilkington 2017, p. 85-87.
O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 134-135, Payne 2014, p. 52-54, Pilkington 2017, p. 87-89 en Orbán 2018, p. 228.
Re Hawk Insurance Co Ltd (2001) EWCA Civ 241 is een voorbeeld van een insolvente vennootschap.
Re British Aviation Insurance Co Ltd (2005) EWHC 1621 (Ch) is een voorbeeld van een solvente vennootschap.
Vooral omdat bij de scheme geen cramdown van een gehele stemklasse mogelijk is. Zie Tollenaar 2016, par. 7.8.
Re Sovereign Life Assurance Co v Dodd (1892) 2 Q.B. 573. Zie Van Zwieten (red.) 2018, p. 581.
O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 38 en Payne 2014, p. 46-47. Zie hierover par. 4.3.6.
Zie uitgebreid O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 134-141, Olivares-Caminal e.a. 2016, p. 256 e.v. en Pilkington 2017, p. 89 e.v. over mogelijke problemen bij de indeling van schuldeisers in klassen.
Payne 2014, p. 50 en p. 122.
Re Sovereign Life Assurance Co v Dodd (1892) 2 Q.B. 573.
O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 38.
Re SABMiller plc (2016) EWHC 2153 (Ch). Zie uitgebreid Payne 2014, par. 3.5.2 over de klassenindeling van aandeelhouders.
O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 135 en Payne 2014, p. 50.
Zie Payne 2014, par. 3.5.2.1.
Re Anglo American Insurance Company Ltd (2000) ADR.L.R. 04/12. Zie verder O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 200 en Payne 2014, p. 51 en p. 173.
Zie uitgebreid Payne 2014, par. 3.5.2.
Re BTR plc (2001) 1 BCLC 740. In re Hellenic and General Trust Ltd (1976) 1 WLR 123 werd nog geoordeeld dat twee stemklassen waren vereist.
Payne 2014, par. 3.5.2.4. Zie verder re Waste Recycling Group plc (2003) EWHC 2065 (Ch) waarin een aandeelhouder vanwege milieu gerelateerde redenen aandelen hield in de vennootschap en daarom een indeling in een aparte stemklasse eiste.
Zie bijv. re Alabama, New Orleans, Texas & Pacific Junction Railway Co (1891) 1 Ch 213 voor een voorbeeld waarin een aandeelhouder meerdere soorten aandelen hield. Zie re Jax Marine Pty Ltd (1967) EWHC 3746 (Ch) voor een voorbeeld van een aandeelhouder die tevens schuldeiser was. In deze zaak hield een schuldeiser alle aandelen in de vennootschap. Zie ook re Metrovacesa (2011) EWHC 1014 (Ch). In deze zaak werd de scheme door een overgrote meerderheid van de schuldeisers (die geen aandeelhouders waren) gesteund. Zie verder O’Dea, Long & Smyth 2012, p. 137, Payne 2014, p. 50 en par. 3.5.2.2 en Pilkington 2017, p. 101-102.
Zie ook Tollenaar 2016, par. 7.11.3.
O.a. re BTR plc (2001) 1 BCLC 740. Zie voorts Payne 2014, p. 56 en Pilkington 2017, p. 86.
O.a. re British Aviation Insurance Co Ltd (2005) EWHC 1621. Zie verder Payne 2014, p. 124.
Re Stemcor Trade Finance Limited (2016) BCC 194 en re SABMiller plc (2016) EWHC 2153 (Ch). In de laatstgenoemde zaak gaven grootaandeelhouders aan niet ingedeeld te willen worden in een stemklasse, maar zich wel te conformeren naar de uitkomst van de scheme. De rechter ging hierin mee. Met een enkele stemklasse kon daardoor worden volstaan.
De rechter onderzoekt in een vroegtijdig stadium van de scheme de indeling van de stemklassen zoals die is gemaakt door de vennootschap. De wet zwijgt over hoe een klassenindeling dient te geschieden, maar in de jurisprudentie is op dit een punt een vaste lijn te vinden. Reeds in 1892 werd als maatstaf aangelegd dat een stemklasse bestaat uit: “persons whose rights are not so dissimilar as to make it impossible for them to consult together with a view to their common interest.”1 Kortom, personen die dusdanig verschillende rechten hebben waardoor het onmogelijk wordt om met elkaar te overleggen met betrekking tot hun gezamenlijke belangen, stemmen in meerdere klassen. Sinds 2001 is de nadruk enigszins verschoven. Centraal staat sindsdien of aandeelhouders en schuldeisers rechten hebben die voldoende overeenkomen zodat gezamenlijk overleg met betrekking tot hun gezamenlijke belangen mogelijk is en geen aparte stemklasse is vereist.2 De norm voor de klassenindeling uit de WHOA lijkt in grote mate op de Engelse: wanneer rechten van schuldeisers of aandeelhouders dusdanig verschillend zijn dat van een vergelijkbare positie geen sprake kan zijn, zijn meerdere stemklassen vereist.3 In Engeland zijn al decennialang goede ervaringen opgedaan met een niet vooraf bepaalde klassenindeling.
Bij de beoordeling of de rechten van aandeelhouders en schuldeisers dusdanig verschillend zijn dat een aparte stemklasse is vereist (of dusdanig overeenkomen dat dit niet is vereist), gaat het zowel om de rechten van aandeelhouders of schuldeisers die het akkoord wijzigt als om de nieuwe rechten die aandeelhouders of schuldeisers verkrijgen onder de scheme.4 De rechten van aandeelhouders en schuldeisers zijn bepalend voor de klassenindeling, niet hun belangen. Schuldeisers en met name aandeelhouders kunnen zeer uiteenlopende belangen hebben die bovendien lastig te achterhalen zijn. Een indeling aan de hand van deze belangen zou kunnen leiden tot een oneindig aantal stemklassen.5
Voorts is de zogenoemde correct comparator van belang.6 Oftewel: wat is waarschijnlijk het alternatief van de scheme? Wanneer een vennootschap insolvent is, is het alternatief van de scheme een winding up (liquidation).7 De rechten die aandeelhouders en schuldeisers hebben bij de liquidatie zijn dan relevant voor de beoordeling of zij in eenzelfde stemklasse mogen worden geplaatst. Het uitgangspunt voor de klassenindeling is dan ook de rangorde van de vorderingen die geldt in liquidatie. Gaat het daarentegen om een solvente vennootschap die gebruikmaakt van de scheme, dan dient te worden gekeken naar de rechten die aandeelhouders en schuldeisers hebben in een solvente toestand.8
Het behoeft weinig uitleg dat een zo min mogelijk aantal stemklassen het aantal goedgekeurde schemes bevordert.9 Er is immers minder kans op een veto van een minderheid van aandeelhouders of schuldeisers. Anderzijds mag de minderheid binnen een stemklasse niet onredelijk worden overstemd door de meerderheid binnen de stemklasse.10 De rechter dient dan ook bij de homologatiezitting te kijken of de minderheden binnen een stemklasse voldoende zijn beschermd.11
Aandeelhoudersklassen
Wat betekent het voorgaande voor de indeling van aandeelhouders in stemklassen?12 Het uitgangspunt is dus dat aandeelhouders met vergelijkbare rechten binnen eenzelfde stemklasse vallen. Bij een vennootschap is het gangbaar dat verschillende soorten aandelen bestaan waaraan, statutair, verschillende rechten zijn verbonden. De meest gangbare soorten aandelen in Engeland zijn gewone aandelen (ordinary shares) en preferente aandelen (preference shares), aandelen waaraan bijzondere financiële rechten zijn verbonden. Daarnaast kunnen in Engeland bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden aan aandelen. Deze zijn vergelijkbaar met wat in Nederland prioriteitsaandelen heten. In paragraaf 2.5.1.2 zijn de verschillende soorten aandelen uiteengezet. Het bestaan van verschillende soorten aandelen in een vennootschap leidt niet per definitie tot verschillende stemklassen van aandeelhouders.13 Het criterium voor de klassenindeling is namelijk, zoals hiervoor geciteerd, dat het moet gaan om dusdanig verschillende rechten dat de aandeelhouders niet met elkaar kunnen overleggen met betrekking tot hun gezamenlijke belangen (“to consult together with a view to their common interest”14). Of een dergelijk overleg tussen aandeelhouders met verschillende rechten niet mogelijk is, hangt af van de omstandigheden van het geval.15 Judge Snowden vat de klassenindeling treffend samen: “any consideration of classes is highly fact-specific.”16
De vraag of aandeelhouders met elkaar kunnen overleggen met betrekking tot hun gezamenlijke belangen wanneer zij verschillende aandeelhoudersrechten hebben, is minder relevant wanneer een insolvente vennootschap gebruikmaakt van de scheme: de comparator is dan liquidatie. Alle aandeelhouders hebben in liquidatie dezelfde rechten (afgezien van eventuele preferente aandelen met een preferentie op het liquidatiesaldo boven gewone aandelen): zij hebben enkel recht op hetgeen eventueel resteert bij een vereffening nadat de vorderingen van schuldeisers zijn voldaan.17 In de meeste gevallen zullen aandeelhouders geen uitkering ontvangen. In dat geval volstaat één stemklasse van aandeelhouders.
De vennootschap kan ervoor kiezen aandeelhouders met vergelijkbare rechten, of dit nu is bij een solvente of insolvente scheme, verschillend te behandelen.18 De vraag is dan, wederom, of de rechten die aandeelhouders verkrijgen onder het akkoord dusdanig verschillend zijn dat de aandeelhouders daardoor niet meer met elkaar kunnen overleggen met betrekking tot hun gezamenlijke belangen.19 Een goede grond moet wel aanwezig zijn voor de ongelijke behandeling.
De Engelse rechter heeft zich herhaaldelijk uitgelaten over het onderscheid tussen rechten van aandeelhouders en hun belangen. Met belangen wordt niet het aandelenbelang van aandeelhouders bedoeld, maar de verschillende belangen die aandeelhouders kunnen hebben voor het houden van aandelen. Het betreft met name gevallen waarin de scheme wordt gebruikt in het kader van overnames.20 De uitkomst is steeds dezelfde, namelijk dat de verschillende belangen die aandeelhouders hebben niet relevant zijn voor de klassenindeling. Zo is een aparte stemklasse niet vereist wanneer een aandeelhouder van de over te nemen vennootschap reeds aandelen in de biedende vennootschap heeft of een dochtervennootschap van de biedende vennootschap is.21 Ook het onderscheid tussen een aandeelhouder die een langetermijninvesteerder is en een aandeelhouder met een korte termijn investering, leidt niet tot een aparte stemklasse.22
Dubbele hoedanigheden
Hetzelfde geldt wanneer een aandeelhouder een dubbele hoedanigheid heeft. Het kan zijn dat een aandeelhouder verschillende soorten aandelen houdt of tevens schuldeiser is, bijvoorbeeld omdat hij een lening heeft verstrekt aan de vennootschap. Aangezien een onderscheid in rechten, en niet een onderscheid in belangen, het uitgangspunt is voor de klassenindeling, wordt de aandeelhouder met een dubbele hoedanigheid niet in een aparte stemklasse ingedeeld.23 Hij mag in de verschillende stemklassen – de verschillende aandeelhoudersklassen, respectievelijk de aandeelhoudersklasse en de schuldeisersklasse – zijn stem uitbrengen.
De dubbele hoedanigheid van een aandeelhouder hoeft geen problemen op te leveren, maar kan tot de situatie leiden dat de aandeelhouder in de ene stemklasse voorstemt om zo zijn belangen in zijn andere hoedanigheid te bevorderen, waardoor de aandeelhouder een ander belang heeft dan de andere leden van de stemklasse.24 De verschillende belangen van aandeelhouders kunnen wel een rol spelen bij de homologatie van het akkoord. De rechter toetst dan of het stemgedrag van de leden van de stemklasse representatief is voor de gehele stemklasse.25 Het gaat daarbij om de vraag of een dubbele hoedanigheid van een aandeelhouder het stemgedrag binnen een klasse dusdanig heeft beïnvloed dat de meerderheid die voor heeft gestemd niet een eerlijke vertegenwoordiging van de leden van gehele klasse betreft.26 De rechter kan de stemmen van deze aandeelhouder buiten beschouwing laten voor de stemming. In paragraaf 4.3.6 komen de homologatiegronden verder aan bod.
Overigens geven aandeelhouders soms zelf aan dat ze niet in eenzelfde stemklasse willen worden geplaatst of zien aandeelhouders vrijwillig af van hun stemrecht.27 De voornaamste reden hiervoor is te voorkomen dat de scheme kan worden aangevochten omdat de klassenindeling niet juist is.