Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.1.5:1.6.1.5 Artikel 886 OBW
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/1.6.1.5
1.6.1.5 Artikel 886 OBW
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859130:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Meijers 1915, p. 26-27, Asser-Meijers/Van der Ploeg 1967, p. 19, Diephuis 1886, p. 65, Klaassen/Eggens & Polak 1956, p. 164, Klaassen-Eggens/Luijten 1989, p. 16, Land 1902, p. 27, Pitlo & Veegens 1941, p. 362 en Pitlo/Van der Burght 1981 p. 28.
Diephuis 1847, p. 267. In gelijke zin Klaassen/Eggens & Polak 1956, p. 164, Klaassen-Eggens/Luijten 1989, p. 16 en Van der Kemp 1870, p. 36-37.
Van der Kemp 1870, p. 37.
Diephuis 1886, p. 59-60.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na opsomming van de onwaardigheidsgronden in artikel 885 OBW, heeft de wetgever van 1838 een bepaling opgenomen over de teruggave van vruchten en inkomsten door de onwaardige. Artikel 886 OBW luidt als volgt:
‘De erfgenaam, die uit hoofde van onwaardigheid van de erfenis is uitgesloten, is gehouden tot de teruggave van alle vruchten en inkomsten, waarvan hij sedert het openvallen der erfenis genot heeft gehad.’
Enkel de genoten vruchten moeten door de onwaardige worden gerestitueerd. De onwaardige is niet gehouden tot teruggave van niet genoten vruchten die de rechtmatige erfgenaam had kunnen genieten.1 In dit opzicht is de positie van de onwaardige gunstiger dan die van de bezitter te kwader trouw op wie die verplichting wel rust.2
Opvallend aan deze bepaling is dat hierin niet de verplichting is opgenomen tot teruggave van de goederen van de erflater. Wat Diephuis betreft kan deze verplichting ook gemist worden, nu zij vanzelf spreekt.3
Uit het feit dat artikel 886 OBW spreekt van de erfgenaam die is uitgesloten, leidt Van der Kemp af dat dit artikel toepassing mist als de reden van onwaardigheid reeds voor het overlijden van de erflater bestaat. De onwaardige is dan geen erfgenaam geworden. Indien de onwaardige zich in dat geval in het bezit stelt van de erfenis, dan staat hij gelijk met ieder ander die zonder enig recht bezit en is hij als bezitter te kwader trouw op grond van artikel 634 OBW onder meer gehouden tot teruggave van alle vruchten, ook die niet genoten zijn, maar de erfgenaam had kunnen genieten.4 Diephuis hecht daarentegen weinig gewicht aan de benaming erfgenaam. Hij meent dat de wet eenvoudigweg deze uitdrukking gebruikt om een omschrijving te vermijden.5 De visie van Van der Kemp komt verder, in de mij bekende literatuur, niet voor. In het huidige recht is artikel 4:3 lid 2 BW gewijd aan de gevolgen van onwaardigheid. In hoofdstuk 3 komt deze bepaling nader aan de orde.