Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/VII:VII Academische statuten (AS) 1877, 1921, 1963, 1981
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/VII
VII Academische statuten (AS) 1877, 1921, 1963, 1981
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976945:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge artikel 86 MO zijn de doctores in de regten bevoegd voor staatshuishoudkunde en de statistiek en Staatsinrigting van Nederland, naar analogie van de bepalingen in het Organiek Besluit van 1815 over de onderwijsbevoegdheden voor de Latijnse scholen.
Bij KB van 27 april 1877, Stb. 1877, nr. 87 (Academisch statuut, AS) zijn de examens ter verkrijging van het doctoraat in de rechtswetenschap en de staatswetenschap ingesteld (artikel 5 AS).
Aan het examen in de rechtswetenschap is de bevoegdheid verbonden voor Staatsinrigting (artikel 92 AS), terwijl de bevoegdheden voor staatshuishoudkunde en de statistiek en Staatsinrigting verbonden zijn aan het doctoraat in de staatswetenschap (artikel 93 AS).
Bij wet van 1 maart 1920 zijn voor Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde eveneens benoembaar zij die het examen, laatstelijk voorafgaande aan het doctoraalexamen, met goed gevolg hebben afgelegd. Het betreft in casu het kandidaatsexamen Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde. De bevoegdheid voor staathuishoudkunde en de statistiek en/of staatsinrichting is hieraan niet verbonden.
Ingevolge de artikelen 27bis MO jo 76 HO zijn doctorandi in de economische wetenschappen bevoegd voor handelswetenschappen, waaronder (handels)regt, doctorandi Nederlands recht (meesters in de rechten) voor Staatsinrigting van Nederland, (handels)regt en staatshuishoudkunde en de statistiek, indien daarin bij het doctoraalexamen geëxamineerd, en doctorandi geschiedenis voor Staatsinrigting, indien daarin als bijvak geëxamineerd. Aan andere doctoraalexamens zijn de bevoegdheden Staatsinrigting, (handels)regt of staatshuishoudkunde en de statistiek onder voorwaarden verbonden.
In het AS 1921 (KB van 15 juni 1921, Stb. 800) zijn de bevoegdheden voor alle vakken verbonden aan de doctoraal- en kandidaatsexamens en niet aan de doctoraten:
Faculteit der rechtsgeleerdheid: Het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geeft aan hem, die bij een zijner met goed gevolg afgelegde examens is geëxamineerd in het handelsrecht of in de staatsinrichting van Nederland of bij zijn met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen is geëxamineerd in de staathuishoudkunde, de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in dit vak (artikel 18 AS). Aan het doctoraalexamen in de vrije studierichting (hoofdvak staathuishoudkunde) is onder nadere voorwaarden bevoegdheid verbonden.
Faculteit der letteren en wijsbegeerte: Het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geeft aan hem, die bij een zijner met goed gevolg afgelegde examens is geëxamineerd in de staatsinrichting van Nederland of bij zijn met goed gevolg afgelegd candidaats- en doctoraalexamen is geëxamineerd in de staathuishoudkunde, de bevoegdheid tot het geven van onderwijs in het betrokken vak (artikel 21 lid 6 jo 7 AS). Bevoegdheden zijn verbonden aan de doctoraalexamens (waaronder geschiedenis voor staatsinrichting), zowel voor hoofd- als bijvakken en kandidaatsvakken.
Overige faculteiten: Aan het doctoraalexamen sociale aardrijkskunde is de bevoegdheid verbonden voor de staathuishoudkunde en de statistiek, indien dit vak tot het doctoraalexamen behoort.
Het Academisch statuut 1963, Stb.1963, nr. 380 regelt onder meer bevoegdheden voor staatsinrichting, staathuishoudkunde en de statistiek, en (handels)recht:
Faculteit der rechtsgeleerdheid: Aan het doctoraalexamen Nederlands recht is de bevoegdheid verbonden onderwijs te geven in de staatsinrichting van Nederland en in het handelsrecht. Indien staathuishoudkunde deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen is de bevoegdheid voor dat vak verkregen. Op gelijke voet is de bevoegdheid verbonden aan het doctoraalexamen rechtsgeleerdheid voor die vakken, welke naar analogie van het doctoraalexamen Nederlands recht ervan deel hebben uitgemaakt.
Faculteit der letteren: zie boven.
Overige faculteiten: zie boven.
Bij ministeriële beschikkingen van 1970 en 1974 is bevoegdheid staatsinrichting verbonden aan de doctoraalexamens (niet-westerse) sociologie en culturele antropologie, maar niet aan het doctoraalexamen politicologie (zonder pedagogisch-didactische verklaring). Met ingang van 1 september 1983 is naast een doctoraalexamen economie of enig ander economiebevoegdheid verlenend doctoraalexamen een pedagogisch-didactische verklaring nodig voor eerstegraads bevoegdheid economie, economische wetenschappen en recht I en II (vwo-hbo) en handelswetenschappen en recht (havo).
Het AS 1981, Stb.1981, 653 regelt bevoegdheden staatsinrichting, economie en recht:
Faculteit der rechtsgeleerdheid: zie boven.
Faculteit der sociale wetenschappen: zie boven.
Overige faculteiten: zie boven.
In 1992 is het AS opgenomen in de WhW.