Antichresis en pandgebruik
Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.3.9:6.3.9 De betekenis van Zwangsverwaltung in faillissement
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.3.9
6.3.9 De betekenis van Zwangsverwaltung in faillissement
Documentgegevens:
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264410:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§80 Abs. 2 InsO; Haarmeyer & Hintzen 2012, p. 28-30; Christ 2018, p. 351-352; Braun/Kroth 2019, nr. 80.20.
§89 InsO; BGH 13 juli 2006, NJW 2006, 3356, r.o. 2-3 en 9; Bork 2013, p. 2130; Staudinger/Wolfsteiner 2015, nr.1123.23 en nr. 1147.79.80; Lieder 2020, nr. 1124.7; Christ 2018, p. 313-316; Mordhorst 2018, nr. 14; Braun/Kroth 2019, nr. 89.1-9. Over de doorkruising van de vervreemding van toekomstige vruchten door een faillissement, zie §91 en §110 InsO.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het faillissement heeft geen invloed op de bevoegdheid van de grondpandhouder om Zwangsverwaltung te verzoeken. Een faillissement heeft evenmin gevolgen voor de bevoegdheden van de Zwangsverwalter. Hij kan zijn bevoegdheden blijven uitoefenen, alsof er geen faillissement is.1
In faillissement heeft Zwangsverwaltung wel een bijkomend voordeel ten opzichte van de aanvraag en uitoefening van executoriaal beheer buiten faillissement. Een normaal beslag (Pfändung) is in faillissement niet meer mogelijk, zodat de grondpandhouder die wil executeren door Zwangsversteigerung geen beslag meer kan leggen op het toebehoren en de vruchten van het grondpandobject. Het beslag tot Zwangsverwaltung raakt deze toekomstige vruchten wel. In het bijzonder is executoriaal beheer in faillissement de enige manier voor de grondpandhouder om zich voorrang te verschaffen op toekomstige huurvorderingen.2
Tegenover dit bijkomende voordeel staat dat de curator kan verzoeken de Zwangsverwaltung te beëindigen als dit een wezenlijke belemmering vormt voor het executoriale beheer van de failliete boedel (§6.3.7). Als de grondpandhouder voor het faillissement nog niet is overgegaan tot Zwangsverwaltung, kan hij er baat bij hebben om geen Zwangsverwaltung te verzoeken, maar het grondpandobject te laten beheren door de curator. De curator beheert het grondpandobject voor de boedel, en keert een afgesproken percentage van de exploitatie-opbrengst uit aan de grondpandhouder. In dit geval fungeert de bevoegdheid om over te gaan tot executoriaal beheer als een onderhandelingsmiddel voor de grondpandhouder.3