De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.1.2.1:5.1.2.1 Rechtbank Oost-Brabant
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.1.2.1
5.1.2.1 Rechtbank Oost-Brabant
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174210:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De meeste rechtbanken houden in dagvaardingszaken op tegenspraak in de civiele afdeling een comparitie alvorens te beslissen: in 89 procent van de zaken wordt een hoorzitting gehouden. In kantonzaken gebeurt dat in 27 procent van de gevallen. Deze percentages komen vrijwel overeen met de gestelde normen (betreft meest recent gepubliceerde gegevens, in: Jaarverslag Rechtspraak 2011, p. 17).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beraad comparitie
Een partij laat een dagvaardingszaak op de rol van de rechtbank inschrijven. De wederpartij reageert met een conclusie van antwoord. De rolrechter bekijkt alle contradictoire zaken en beslist of een comparitie van partijen wordt gehouden. Dit heet het ‘beraad comparitie’. De rolrechter deelt in het beraad een zaak in beginsel toe aan één rechter, soms met de suggestie aan die rechter te beoordelen of de zaak zich leent voor meervoudige behandeling. Een enkele keer merkt de rolrechter een zaak aan als geschikt voor meervoudige afdoening. Ook dan wijst hij de zaak toe aan een rechter (die dan voorzitter wordt van de meervoudige kamer), soms vergezeld van een voorstel voor de andere leden van de meervoudige kamer.
Tijdens een comparitie probeert de rechter met partijen vast te stellen of de inhoud van de zaak duidelijk is, waar de nadruk op ligt en of er voldoende stukken zijn aangeleverd om het proces voort te zetten. Uitgangspunt is dat in elke contradictoire zaak een comparitie plaatsvindt, tenzij bijvoorbeeld een partij zich in het buitenland bevindt of de gedaagde praktisch de hele vordering erkent.1 In deze gevallen vindt alleen nog een schriftelijke ronde plaats.
Toedeling aan een enkelvoudige kamer
De rolrechter deelt zaken toe aan een rechter op basis van:
dienstverband (kwantitatieve normen): fulltimers krijgen twee comparities per week toebedeeld; parttimers de ene week één, de andere week twee,
ervaring: afdelingswisselaars en opleidelingen krijgen de relatief eenvoudige zaken. De complexe zaken gaan naar senior rechters en andere ervaren collega’s,
affiniteit: door regelmatig met collega’s te spreken weet de rolrechter waar hun affiniteiten liggen. Daar wordt zoveel mogelijk rekening mee gehouden.
Affiniteit wil zeggen ‘interesse, gevolgd door deskundigheid’. De rechtbank houdt een lijst bij met affiniteitsgebieden van rechters en ondersteuners. Die kan elke medewerker inzien, zodat als een rechter tegen een bepaalde materie aanloopt bij de behandeling van een zaak hij daarover bij een collega te rade kan gaan.
Sommige zaaksoorten zijn niet populair onder rechters, zoals aanneming van werk. Hierbij moet de rechter vaak veel kostenposten beoordelen, waardoor de zaken bewerkelijk zijn zonder spannende rechtsvragen op te leveren. Deze zaken worden eerlijk verdeeld. Rechters uiten nauwelijks kritiek op de zaakstoedeling.
Toedeling aan een meervoudige kamer
De rechter aan wie een zaak is toegewezen bestudeert het dossier. Vervolgens overleggen deze zaaksrechter en de rolrechter als ze meervoudige behandeling overwegen. Zij bepalen dan de samenstelling van de meervoudige kamer. Rechters-plaatsvervangers met specifieke kennis kunnen worden gevraagd deel te nemen aan de kamer, hoewel plaatsvervangers niet altijd ‘voor in de gedachten zitten’ bij de toedeling.
Het belangrijkste criterium voor toewijzing aan een meervoudige kamer is een grote mate van complexiteit van een zaak. Dit omvat groot belangen het nemen van een principiële beslissing. Ook publicitaire gevoeligheid valt eronder, mits tevens complex: een zaak van een bekende Nederlander die een huis heeft gekocht met gebreken, wordt enkelvoudig behandeld.
De meervoudige kamer spreekt zelf af hoe ze de behandeling aanpakt. De voorzitter is niet per definitie de rechter die de zitting inhoudelijk gezien leidt. Het debat kan ook onder leiding van de oudste of jongste rechter gebeuren.
Expertisegebieden
In de afdeling zijn drie expertisegebieden. Valt een zaak inhoudelijk hieronder, dan stuurt de rolrechter deze door naar de voorzitter van het betreffende expertisebureau. De expertisegebieden zijn:
verdeling en verrekening; dit betreft allerlei vormen van verdeling en verrekening in het huwelijksvermogensrecht, erfrecht en vennootschapsrecht,
zaken waarin de overheid als civiele partij is betrokken,
letselschade.
Overheidszaken en letselschade betreffen zodanig specifieke regels dat hiervoor expertisegebieden in het leven zijn geroepen. De voorzitter van een expertisebureau besluit over de wijze van behandeling en bepaalt welke rechter(s) de zaak afdoen. Huwelijksvermogensrechtelijke zaken worden over het algemeen enkelvoudig gedaan; bij de andere twee expertisebureaus worden zaken soms enkelvoudig en soms meervoudig afgedaan.
Werkwijze na toedeling van een bodemzaak
Na toewijzing van een zaak aan een rechter maakt de griffie een comparitievonnis. Dit is een standaardvonnis dat wordt samengesteld met behulp van een ‘wizard’, een vast format waarop zaaksgegevens worden ingevuld. Het bevat frasen als: ‘De rolrechter is van mening dat deze zaak zich leent voor comparitie na antwoord’, gevolgd door standaardoverwegingen. Daarna wordt een zitting gepland. Dit vonnis dient enkel tot het plannen van een zitting en bevat niets inhoudelijks. De zaaksrechter ziet het dossier pas vlak voor de zitting. Voorheen ging een zaak na toewijzing eerst naar de zaaksrechter, die dan concrete instructies aan de griffie kon meegeven. Dat is op zich beter, maar kost ook meer tijd. De meerwaarde van het instrueren in een enkele zaak weegt niet op tegen de tijd die daarmee gemoeid gaat, omdat de rechter zich al in een vroeg stadium moet verdiepen in een zaak. Als de zaak dan wordt ingetrokken, is de bestudering zonde van de tijd. Bovendien zit er vaak een tijdspanne van vier maanden tussen toedeling en zitting, en dan heeft de rechter de zaak niet meer helder voor ogen.
Nadeel van deze werkwijze is volgens de geïnterviewde rechter wel dat als in een laat stadium geconstateerd wordt dat een zaak meervoudige behandeling verdient, het dan meestal te laat is om nog een meervoudige kamer samen te stellen. De rechter kan weliswaar proberen ‘ad hoc een MK bij elkaar te harken’, maar meestal is dat door volle agenda’s niet meer mogelijk. Dan is de oplossing: enkelvoudig zitten en daarna verwijzen naar de meervoudige kamer. De aan een unusrechter toegewezen zaak kan ook twee maanden worden aangehouden om meervoudige behandeling mogelijk te maken, maar voor partijen is deze vertraging dikwijls te lang.
Korte gedingen
Bodemzaken worden voornamelijk op inhoudelijke gronden toegewezen aan een rechter; korte gedingen daarentegen worden op de eerste plaats toegewezen aan een rechter die daarvoor ruimte in de agenda heeft. Als een kort geding wordt gevolgd door een bodemzaak, maakt de voorzieningenrechter geen deel uit van de kamer die de bodemzaak behandelt. De bodemrechters kijken dan met een frisse blik naar de zaak en bij partijen ontstaat niet zonder meer de indruk dat voortgeborduurd wordt op hetzelfde pad.
Verzoekschriftzaken
De toedeling van handelsrekesten gebeurt in beginsel door één vaste rechter. Het gaat hier vooral om voorlopige getuigen- en deskundigenrapporten op terreinen waar een vrij strakke jurisprudentie over bestaat. Voor de behandeling van deze zaken wordt meestal slechts tien minuten ingeroosterd. Behandeling van handelsrekesten gebeurt in het geval van enkelvoudige behandeling wekelijks en in geval van meervoudige behandeling maandelijks. De zaken van de meervoudige kamer gaan bijvoorbeeld over de Wet voorkeursrecht gemeenten of over ontslag statutair directeur met verweer.