Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/1.5
1.5 Verantwoording
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85685:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Bartman/Dorresteijn/Olaerts 2016, Van der Heijden/Van der Grinten/ Dortmond 2013, Asser/Maeijer & Kroeze 2015 (2-I*), Buijn/Storm 2013; Assink/Slagter 2013; Burgerhart/Kolkman/Verstappen (hoofdred.) 2019/2020.
HR 28 juni 2002, NJ 2002/447 m.nt. Maeijer; JOR 2002/136, m.nt. Bartman; Ondernemingsrecht 2002/57, m.nt. Beckman (Akzo/ING).
Bijvoorbeeld met betrekking tot de doorwerking van tussen de schuldeiser en de 403-rechtspersoon geldende wettelijke voorrechten (zie HR 11 april 2014, NJ 2014/309, m.nt. Van Schilfgaarde) en contractuele achterstellingen (zie HR 16 juni 2015, NJ 2015/ 361, m.nt. Van Schilfgaarde en Winter; JOR 2015/140, m.nt. Josephus Jitta; Ondernemingsrecht 2015/97, m.nt. Beckman en de conclusie van A-G Timmerman van 10 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1825).
In de laatste jaren zijn in de doctrine vele publicaties verschenen over het groepsregime en de 403-verklaring, met name naar aanleiding van rechtspraak. Zij zijn in de regel gericht op een specifieke kwestie met betrekking tot de vrijstelling, vooral de intrekking en de beëindiging van de 403-aansprakelijkstellingsverklaring, de omvang en de reikwijdte van de aansprakelijkstellingsverklaring hebben de nodige aandacht gekregen. Ook in handboeken wordt het groepsregime niet vergeten.1
In 1995 verscheen de uitgebreide dissertatie van Beckman over het groepsregime en de 403-verklaring, ‘De jaarrekeningvrijstelling voor afhankelijke groepsmaatschappijen’. Deze dissertatie is een zeer diepgaande studie naar de jaarrekeningvrijstelling waarin Beckman art. 2:403 BW alsmede zijn rechtsvoorgangers heeft geanalyseerd. Een groot aantal onderwerpen dat verband houdt met de jaarrekeningvrijstelling komt uitgebreid aan de orde. Het doel van de studie van Beckman is een oordeel te geven over de aanvaardbaarheid van het groepsregime.
Aan de dissertatie van Beckman lijkt op het eerste gezicht weinig toe te voegen. Echter, in bijna vijfentwintig jaar tijd is veel gebeurd. Er is nadien veel rechtspraak bij gekomen, vooral van lagere rechters. In 2002 heeft de Hoge Raad zich voor het eerst uitgesproken over de civielrechtelijke betekenis van de aansprakelijkstellingsverklaring, zonder zich overigens uit te laten over de vraag wat de inhoud ervan moet zijn voor een rechtsgeldige toepassing van het groepsregime.2 Tevens verdient een aantal onderwerpen meer aandacht, zoals de problematiek van de aard van de vorderingen in verband met een aansprakelijkstellingsverklaring alsmede vraagstukken in relatie tot beëindiging van de gestelde aansprakelijkheid. Ook zijn ten aanzien van een aantal onderwerpen nieuwe ontwikkelingen te melden.3
Een studie over het groepsregime en de 403-verklaring waarin alle aspecten van de vrijstellingsregeling aan de orde komen, is daarom (nog steeds) van belang. Het is een regeling waarvan in de praktijk in geruime mate gebruik wordt gemaakt. De consequenties voor de moedermaatschappij die zich uit hoofde van art. 2:403 BW hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld en/of voor de schuldeisers die zich op hun 403-aanspraak jegens de moedermaatschappij willen beroepen kunnen significant zijn.
Voor het (beoogde) gebruik van de regeling in de praktijk en voor de uitleg in (toekomstige) rechtspraak hoop ik met deze studie de nodige handvatten te bieden. Tevens kunnen mijn bevindingen en aanbevelingen een mogelijke rol spelen bij een eventuele wetsaanpassing.