Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.5.6
5.5.6 Een voorbeeld
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435740:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 333h lid 1.
Dit is relevant i.v.m. mijn conclusie in § 5.5.7.3.
Er is geen enkele regel die deze wijze van stemmen verbiedt. Sterker, de wet gaat van dit vrije beginsel uit in art. 228 lid 2. Zie voorts over gedifferentieerd stemmen § 5.4.
De wenselijkheid daartoe hangt mede af van de reden van de certificering.
Die vraag werpt zich vaker op. Ook bij vraagstukken omtrent juridische fusies. Zie over 'conflicten' tussen richtlijnen en nationale wetten o.a. Van Olffen 2006, p. 403-404, Van Boxel 2006, p. 549.
De huidige Nederlandse wettelijke regeling verleent het recht tot het doen van het verzoek tot schadeloosstelling aan 'de aandeelhouder van een verdwijnende vennootschap die tegen het besluit tot fusie heeft gestemd' .1
Hoe werkt dit uit bij een fusie waarbij de verdwijdende vennootschap slechts één aandeelhouder kent; een administratiekantoor welke verschillende certificaathouders kent?
Laten wij de volgende situatie als uitgangspunt nemen:
X BV zal een fusie aangaan met Y SpA (It), waarbij Y SpA zal optreden als de verkrijgende vennootschap. De aandelen in het kapitaal van X BV, zijnde 18.000 stuks, worden gehouden door een administratiekantoor. Het administratiekantoor heeft voor de aandelen certificaten toegekend, welke worden gehouden door A (10.000), B (7.000) en C (1.000). De certificaten zijn uitgegeven met medewerking van de vennootschap.2Voordat gestemd gaat worden over de fusie gaat het administratiekantoor te raden bij haar certificaathouders. Het blijkt dat A en B vóór de fusie zijn en dat C tegen de fusie is. Duidelijk is dat het administratiekantoor de enige aandeelhouder van de fuserende vennootschap is en dus geen minderheidsaandeelhouder.
In de vergadering waarin gestemd moet worden over de fusie besluit het administratiekantoor te stemmen conform de wens (of instructie) van de certificaathouders. Het administratiekantoor stemt op 1.000 van de aandelen tegen en op de rest van de aandelen vóór.3
Het besluit tot fusie is genomen.
De vraag is of aan het administratiekantoor het recht tot het doen van schadeloosstelling toekomt. Het antwoord dient naar mijn idee bevestigend te zijn. Het administratiekantoor is immers 'aandeelhouder' en heeft 'tegen het besluit tot fusie gestemd'. Dat zij óók voor het besluit heeft gestemd doet niets af aan de constatering. In de wet lezen wij dat uiteindelijk de aandelen waarop het verzoek betrekking heeft vervallen. De huidige Nederlandse wettelijke regeling geeft hier de ruimte voor certificeringen door het administratiekantoor een verzoek tot schadeloosstelling te doen voor de — in casu — aandelen waarvan C certificaten houdt.
De notaris kan wanneer hij betrokken is bij een certificering met het geschetste voorbeeld al rekening houden. De positie van de individuele certificaathouder kan worden verduidelijkt wanneer in de op te stellen administratievoorwaarden zou worden vastgelegd dat bij een besluit tot grensoverschrijdende fusie het administratiekantoor vooraf de certificaathouder raadpleegt en in de vergadering zal stemmen conform de door de certificaathouder gegeven steminstructie.4 Voorts zal de notaris die proces verbaal opmaakt van de algemene vergadering waarin tot fusie wordt besloten in de notulen van die vergadering uitdrukkelijk vast moeten leggen ten aanzien van welke aandelen is tegengestemd.
Of er dan sprake is van certificering met of zonder medewerking zou in het gegeven voorbeeld geen verschil hoeven te maken.5
Direct werpt zich de vraag op of de voorgestelde wettelijke regeling met dit gevolg wel in overeenstemming is met de Richtlijn GOF.6