Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.4.b:9.3.4.b Individuele beperking van het recht op (inzage in) de stukken
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.4.b
9.3.4.b Individuele beperking van het recht op (inzage in) de stukken
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362967:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor één feitelijke instantie bij de informatiebeschikking bijvoorbeeld: Raaijmakers 2018.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens het onderzoek is gebleken dat de artikelen 7:4 en 8:29 van de Awb een beperking van het recht op (inzage in) de stukken regelen welke in lijn is met het Unierecht (paragraaf 8.5.1). Een dergelijke beperking is ook zeker mogelijk bij de codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel voor voorgenomen fiscale besluiten. De evenredigheidstoets stricto sensu van de artikelen 7:4 en 8:29 van de Awb is zelfs, ten gunste van de belanghebbende, strikter dan de toets die wordt aangelegd door het Hof van Justitie en artikel 52 van het Handvest bij het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel. Deze beperking is daarmee niet strijdig met de vereisten die het kenbaarmakingsbeginsel stelt. Echter, doordat de toetsing of de beperking gerechtvaardigd is, pas plaatsvindt in de beroepsfase, kan een constatering dat stukken ten onrechte geheim zijn gehouden tot gevolg hebben dat het kenbaarmakingsbeginsel wordt geschonden (vierde geconstateerde verschil). Deze schending kan niet ongedaan worden gemaakt door het alsnog overleggen van de stukken in de rechterlijke fase. Deze discrepantie kan worden opgeheven door het toetsingsmoment ten aanzien van het al dan niet geheim mogen houden van stukken, naar voren te halen, naar de voorfase. Gelijk aan de procedure van de informatiebeschikking zou al in de voorfase zelfstandig moeten worden getoetst of de stukken geheim mogen blijven, zodat vanaf het moment van het voornemen, als geheimhouding niet gerechtvaardigd is, de belastingdienst de belastingplichtige alsnog (inzage in) de stukken kan geven. Wettelijke termijnen kunnen daarbij net als bij de informatiebeschikking worden verlengd. Hierbij zou analoog aan de discussie die hierover wordt gevoerd voor de informatiebeschikking, gedacht kunnen worden aan één feitelijke instantie.1 Als de stukken pas later in een procedure aan de belastingdienst ter beschikking komen te staan, kan de geheimhoudingstoets op dat moment plaatsvinden. De derde aanbeveling is daarom:
Aanbeveling 3: Toets al in de voorfase of het beperken van het recht op (inzage in) de stukken gerechtvaardigd is.
Aanbeveling 1 creëert voor de belanghebbende een recht op (inzage in) de stukken in de voorfase. Blijkens aanbeveling 2 zijn beperkingen hierop mogelijk. Aanbeveling 3 zorgt ervoor dat als de belastingdienst zich beroept op een gerechtvaardigde beperking van het recht op (inzage in) de stukken de beperking tijdig wordt getoetst, zodat een schending van het kenbaarmakingsbeginsel wordt voorkomen. Nu het aantal geheimhoudingsprocedures per jaar beperkt is, zal deze aanbeveling mijns inziens goed uitvoerbaar zijn.
Ten aanzien van het recht op (inzage in) de stukken kan in het huidige digitale tijdperk de vraag worden gesteld waarom er nog zoveel discussie bestaat over het overleggen van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Waar ik bij de bank bij mijn stukken kan en bij mijn ziektekostenverzekeraar een handzaam digitaal dossier heb waarin de stukken van mijn zijde en van de zijde van de verzekeraar te zien zijn, kan een belastingplichtige eerst in de bezwaarfase gekoppeld aan een hoorgesprek de stukken inzien. Waarom heeft de belastingdienst nog geen digitale dossiers per belastingplichtige die voor die belastingplichtige op ieder moment is in te zien? Als de belastingdienst bepaalde documenten geheim wil houden dan kan dat in het digitale dossier worden vermeld. De belastingdienst zou mijns inziens in een dergelijk systeem moeten investeren. Op die wijze zijn – op geheime stukken na – alle stukken voor de belanghebbende in te zien. Nu komen de stukken soms pas in de beroepsprocedure of hoger beroepsprocedure boven tafel. Dat is vanuit de gedachte van rechtsbescherming en ongelijkheidscompensatie onwenselijk.