Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.9:4.2.9 Allan t. Verenigd Koninkrijk (2002)
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.9
4.2.9 Allan t. Verenigd Koninkrijk (2002)
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS482181:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ter zake EHRM 10 maart 2009 (Bykov t. Rusland), § 101. Daarin was het Hof niet ervan overtuigd dat ‘(…) the obtaining of evidence was tainted with the element of coercion or oppression which in the Allan case the court found to amount to a breach of the applicant’s right to remain silent.’ (§ 102).
EHRM 12 mei 2000 (Khan t. Verenigd Koninkrijk), NJ 2002, 180 (m.nt. Schalken).
EHRM 1 maart 2007 (Heglas t. Tsjechië).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Richard Roy Allan werd gearresteerd als een van de verdachten van een overval op een nachtwinkel, waarbij een manager was doodgeschoten. Hij ontkende, maar een anonieme informant vertelde de politie dat hij bij de moord betrokken was. Hij werd gewezen op zijn zwijgrecht, van welk recht hij ook gebruik maakte. Vervolgens werd er werd video- en afluisterapparatuur in zijn cel en in de bezoekersruimte geplaatst. Ook werd een informant in zijn cel geplaatst. Tijdens een van de verhoren, waarin hij bleef zwijgen, zette de politie hem stevig onder druk in de hoop dat hij dan spraakzamer zou worden tegen zijn (met afluisterapparatuur beplakte) celgenoot. Volgens de informant had Allan tegenover hem bekend dat hij op de plaats van de moord aanwezig was, maar de tapes van de gesprekken tussen de informant en klager bevatten niet meer dan aanwijzingen dat hij bij overvallen betrokken was geweest. De jury veroordeelde klager tot levenslange gevangenisstraf.
De door het Hof vastgestelde schending van art. 6 EVRM steunt in deze zaak op de omstandigheid dat klager in voorarrest zat toen van hem op heimelijke wijze verklaringen werden ontfutseld, terwijl hij zich tijdens verhoren op het zwijgrecht had beroepen. De politie had klagers celgenoot ertoe aangezet om gebruik te maken van zijn kwetsbare positie na langdurige perioden van verhoor.1 Met Allan zijn verwant de zaken Khan2 en Heglas3.