Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.4.3:7.4.3 Toets op verbreking groepsband
Groepsregime, jaarrekening en 403-aansprakelijkheid (IVOR nr. 116) 2019/7.4.3
7.4.3 Toets op verbreking groepsband
Documentgegevens:
mr. drs. E.C.A. Nass, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
mr. drs. E.C.A. Nass
- JCDI
JCDI:ADS85569:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een schuldeiser van de rechtspersoon voor wiens vordering de maatschappij die de 403-aansprakelijkstelling heeft ingetrokken, restaansprakelijk is, kan zich behoudens verjaring zolang voldoening door de rechtspersoon niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voor die vordering geldende betalingscondities voor de voldoening van zijn restaanspraak wenden tot deze moedermaatschappij. De restaansprakelijkheid van deze maatschappij vervalt als aan de in art. 2:404 lid 3 BW genoemde voorwaarden is voldaan. Een schuldeiser die het verzet is ontgaan, zou hiermee kunnen worden geconfronteerd indien hij zich voor voldoening wendt tot de maatschappij waartegen hij meent een aanspraak wegens restaansprakelijkheid van deze maatschappij te hebben. Hij zou tot het oordeel kunnen komen dat ten onrechte de resterende hoofdelijke aansprakelijkheid in een verzetprocedure is beëindigd omdat de groepsband niet verbroken bleek. Naar mijn mening is in die situatie de resterende hoofdelijke aansprakelijkheid niet beëindigd omdat als vaststaat dat de groepsband niet is verbroken uit hoofde van de wet die beëindiging (behoudens verjaring) niet mogelijk is. De schuldeiser zal in een procedure bij de rechtbank van de woonplaats van de maatschappij met de restaansprakelijkheid zijn stelling dat de groepsband niet is verbroken, bij betwisting ook moeten onderbouwen. Gelet op de mogelijke bewijsproblemen acht ik het gewenst dat deze bewijslast wordt omgedraaid. Ik merk in dit verband op dat in een eventuele verzetprocedure van een andere schuldeiser het al dan niet verbreken van de groepsband in het geheel niet aan de orde behoeft te zijn geweest.
Het zou aan een schuldeiser die wel in verzet is gegaan pas na afloop van de verzetprocedure kenbaar kunnen worden dat de groepsband niet is verbroken. Naar mijn mening geldt dan hetzelfde als voor de schuldeiseres die de verzetprocedure is ontgaan.