Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.3.4:6.3.4 Feiten tegen de erflater en tegen zijn uiterste wil
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.3.4
6.3.4 Feiten tegen de erflater en tegen zijn uiterste wil
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859223:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover nader par. 2.5, 2.6 en 2.9. Aan het einde, bij de conclusies en aanbevelingen, komt dit nog ter sprake.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Belgische onwaardigheidsgronden spitsen zich toe op gedragingen tegen de erflater. Artikel 4:3 BW is ruimer en omvat eveneens gedragingen tegen de uiterste wil van de erflater. Het gaat om gedragingen waarbij de uiterste wil van de erflater wordt gemanipuleerd of de intentie daartoe bestaat. In die gevallen acht ik de sanctie van onwaardigheid passend. De dader wenst de vererving ten onrechte naar zijn hand te zetten met als treffend gevolg dat hij in het geheel niet meer mag erven.
Daar komt bij dat het goed mogelijk is dat de misdraging zich pas na het overlijden van de erflater openbaart. De erflater is dan niet meer in staat de dader zelf uit zijn nalatenschap te weren, zodat de wetgever hiervoor een passende voorziening dient te treffen. Met artikel 4:3 lid 1 sub d en e BW geeft de wetgever hieraan gehoor. Op onderdelen verdient het wel aanbeveling de bepalingen te wijzigen en uit te breiden.1
Gedragingen tegen de uiterste wil van de erflater leiden in België weliswaar niet tot onwaardigheid, maar kunnen nog wel van betekenis zijn bij de herroeping van legaten wegens ondankbaarheid.