De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/3.6:3.6 Conclusie
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/3.6
3.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174163:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Groepen zijn in potentie zeer geschikt om beslissingen te nemen in complexe zaken. In omstandigheden waarin veel feitelijke informatie voorhanden is en deze feiten vervolgens in samenhang moeten worden geïnterpreteerd, kan een groep betere prestaties leveren dan een individu. Dat geldt ook als er meer informatie moet worden vergaard om tot een goede beslissing te komen. In algemene zin valt uit onderzoek naar de vraag of groepen in hun beslisgedrag beter presteren dan individuen te concluderen dat de kwaliteit van groepsbesluitvorming beter is als het aankomt op intellectuele taken. Daarin kan objectief worden vastgesteld wat de beste beslissing is. Groepen zijn gemiddeld genomen beter in staat informatie te verzamelen en te verwerken, waardoor hun beslissingen minder fouten bevatten. Dat gaat niet zonder meer op voor zogeheten beoordelingstaken, waarin de beste uitkomst – wat billijk en goed is – niet precies kan worden bepaald. Dergelijke taken doen zich bijvoorbeeld voor in een familiezaak die draait om de vraag of een kind het beste aan de moeder of vader kan worden toegewezen.
Maar groepsbesluitvorming is zeker geen panacee tegen alle kwaliteitsondermijnende reflexen, valkuilen en belemmeringen. Onmiskenbaar staan ook groepen bloot aan mechanismen die de kwaliteit van besluitvorming ondergraven. Gedeeltelijk zijn die dezelfde als de mechanismen die de kwaliteit van besluitvorming door individuen kunnen ondermijnen; gedeeltelijk gaat het om mechanismen die alleen in groepen op kunnen treden. Zo blijken groepsleden, bewust of onbewust, niet altijd waardevolle informatie te delen. Ook zijn zij geneigd om in overleg de aandacht te richten op gedeelde informatie. Daar spreken zij graag over en die achten zij belangrijk. Dat gaat ten koste van unieke informatie, die evenzeer waardevol kan zijn. Tevens dient voor ogen te worden gehouden dat ook als de leden van een groep over dezelfde informatie beschikken, zij deze op verschillende wijze kunnen verwerken. Dat is afhankelijk van de cognitieve capaciteit van de leden en ook naar waar hun aandacht naar uitgaat, bijvoorbeeld naar aspecten van de zaak die men herkent, belangrijk of interessant vindt.
In een optimale situatie wordt alle relevante informatie gedeeld en irrelevante informatie buiten beschouwing gelaten. Een optimale situatie vereist niet dat alle leden van een groep in dezelfde mate over alle informatie beschikken, maar wel dat de leden die over unieke relevante informatie beschikken deze ook daadwerkelijk ter tafel brengen. Het hoeft dus niet per definitie verkeerd uit te pakken als niet alle leden van de meervoudige kamer het volledige dossier hebben gelezen (vooropgesteld dat over dossierverdeling goede afspraken worden gemaakt) of de zitting hebben bijgewoond. Essentieel voor de kwaliteit van het raadkamerproces is wel dat de deelnemers hun stukken goed lezen, relevante informatie en onderbouwde standpunten in de discussie brengen en bereid zijn deze te evalueren en zo nodig te herzien.
In dit hoofdstuk zijn veel heuristieken, denkfouten en -mechanismen besproken, die voor kunnen komen bij individuele of groepsbesluitvorming en soms bij beide. Het is niet eenvoudig die steeds te vermijden. Een goede start is kennisnemen van de valkuilen in de oordeelsvorming en er bewust van zijn dat die zich voor kunnen doen – bij besluitvorming individueel of in groepsverband.