Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/3.3.2:3.3.2 Artikel 105 Grondwet
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/3.3.2
3.3.2 Artikel 105 Grondwet
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens Buys is het grondwettelijk begrotingsrecht ertoe bestemd om aan te wijzen welke macht in Nederland de bevoegdheid heeft om over het budget te beslissen.1 Uit artikel 105 Grondwet blijkt dat de wetgever in laatste instantie de bevoegdheid heeft om over de hoogte en het doel van de uitgaven te beslissen. Dit betekent dat zonder voorafgaande toestemming van het parlement, door in te stemmen met de begrotingswet, de regering geen geld mag uitgeven. Het parlement heeft daarnaast de laatste stem over de controle van de begroting en de uitgaven die de regering heeft gedaan. Het budgetrecht geeft daarmee uiting aan zowel de medewetgevende als de controlerende rol van het parlement.2
De huidige tekst van artikel 105 Grondwet stamt uit 1983. Bij de grondwetswijziging van 1983 werd volstaan met een minder gedetailleerde regeling dan sinds 1848 bestond in onze Grondwet.3 De tekst van artikel 105 Grondwet luidt als volgt:
De begroting van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt bij de wet vastgesteld.
Jaarlijks worden voorstellen van algemene begrotingswetten door of vanwege de Koning ingediend op het in artikel 65 bedoelde tijdstip.
De verantwoording van de ontvangsten en de uitgaven van het Rijk wordt aan de Staten-Generaal gedaan overeenkomstig de bepalingen van de wet. De door de Algemene Rekenkamer goedgekeurde rekening wordt aan de Staten-Generaal overgelegd.
De wet stelt regels omtrent het beheer van de financiën van het Rijk.
3.3.2.1 Artikel 105 lid 4 Grondwet: Comptabiliteitswet3.3.2.2 Artikel 105 lid 1 Grondwet: vaststellen van de begroting3.3.2.3 Artikel 105 lid 2 Grondwet: indienen van de begroting3.3.2.4 Artikel 105 lid 3 Grondwet: verantwoording over de begroting