Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.5.2.2:15.5.2.2 Initiatief van de erfgenamen (of inbrengers)
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.5.2.2
15.5.2.2 Initiatief van de erfgenamen (of inbrengers)
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232956:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dat is bij de administratieve verdeling als zodanig naar mijn mening niet het geval, zie paragraaf 15.5.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast het bestuur kunnen de erfgenamen het initiatief tot een administratieve verdeling nemen. Dit ligt echter naar mijn mening minder voor de hand, alleen al vanwege de praktische bezwaren: de erfgenamen zullen veelal niet over voldoende gedetailleerde informatie over het APV-vermogen beschikken om een volledige verdeling te kunnen maken en bijhouden.
Daarnaast lopen de erfgenamen een behoorlijk risico, althans indien het APV-bestuur niet aangeeft de verdeling over te zullen nemen. Het is immers zeer wel mogelijk dat het APV-bestuur bij zijn uitkeringsbeleid van de verdeling afwijkt, onbewust als het bestuur niet van de verdeling op de hoogte is, of bewust, als het een ander beleid voorstaat. Dit risico kan natuurlijk door de erfgenamen aanvaard worden, maar gezien de mate van onzekerheid lijkt me dat niet heel waarschijnlijk.
Een alternatief is een regeling die de erfgenamen de mogelijkheid geeft om een verdeling op te stellen, waarbij het APV-bestuur verplicht is om deze te volgen. Dan rijst echter de vraag of dit niet te zeer afdoet aan het discretionaire karakter van het APV,1 aangezien op initiatief van de erfgenamen als het ware voorgesorteerd wordt richting bepaalde uitkeringen. Dit voorsorteren doet zich natuurlijk ook voor bij een verdeling door het bestuur, maar dan hebben de erfgenamen daar geen invloed op. Ook kan gezegd worden dat het bestuur van het APV bij het uitkeringsbeleid nog steeds kan afwijken van de administratieve verdeling, maar desondanks acht ik de kans dat deze verdeling in meer of mindere mate gevolgd zal worden vrij groot, zodat de erfgenamen met hun verdeling hier de facto invloed op uitoefenen. Of het APV onder deze omstandigheden nog volledig discretionair is valt dan ook te betwijfelen en om discussie te voorkomen lijkt een dergelijke regeling mij dan ook af te raden.
In het algemeen acht ik een verdeling door de erfgenamen, hoewel weinig waarschijnlijk, bestaanbaar. Gezien de hierboven genoemde twee knelpunten dient deze naar mijn mening echter alleen fiscaal gevolgd te worden indien de verdeling unaniem door de erfgenamen gesteund wordt. Indien een of meer erfgenamen zonder hun instemming met dergelijke risico’s geconfronteerd worden, wegen deze risico’s mijns inziens te zwaar.
Het voorgaande geldt op vergelijkbare wijze indien sprake is van meer dan één inbrenger, waarbij ik opmerk dat de positie van de inbrengers in één opzicht van die van de erfgenamen verschilt: op het moment van de inbreng hebben zij invloed op de voorwaarden waaronder dit gebeurt, dus op dat moment kan een inbrenger mijns inziens een bepaalde administratieve verdeling aanbrengen zonder dat dit het discretionaire karakter van het APV raakt.