Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/8.3.1:8.3.1 Inleiding
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/8.3.1
8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233700:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De grondslag van de later in dit hoofdstuk te bespreken benadering van de Nederlandse rechter die sterk aan een political question-doctrine doet denken, is anderzijds gelegen in de rechtspraak van de Hoge Raad over wetgevingsbevelen. Daarin staat de vraag centraal of de Nederlandse rechter de wetgever mag bevelen wetgeving tot stand te brengen. Het antwoord op deze vraag houdt mede verband met de in de Grondwet neergelegde regels over de wijze waarop wetgeving tot stand komt. Eén van die regels betreft de hiervoor genoemde regel dat wetten in formele zin door de regering en het parlement gezamenlijk worden vastgesteld en is neergelegd in artikel 81 van de Grondwet:
‘De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.’
Onder verwijzing naar deze bepaling wijst de Hoge Raad wetgevingsbevelen van de hand.1 Ook hier bespreek ik drie arresten waaruit deze benadering blijkt.2