Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.3.4.1
3.3.4.1 Geen eenduidige definitie
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285602:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Zo werd bij de parlementaire behandeling van de Wet op de BB 1893 gevraagd: “of voldoende vaststaat, wie openbare ambtenaren zijn”. Die vraag werd door minister Pierson bevestigend beantwoord: “Een notaris is zonder twijfel een openbaar ambtenaar; een makelaar, is dit niet” (VV, Kamerstukken II 1892/93, 71, nr. 5, blz. 60 en MvA, Kamerstukken II 1892/93, 71, nr. 6, blz. 88).
Wet van 12 december 1929 houdende regelen betreffende den rechtstoestand van ambtenaren (Ambtenarenwet 1929), Kamerstukken II 1929/30, 20, Stb. 1929, 530. De vroegere stukken zijn gedrukt onder Kamerstukken II 1927/28, 392 en Kamerstukken II 1928/29, 91. Gewijzigd tot Ambtenarenwet 2017 bij Wet van 9 maart 2017 tot wijziging van de Ambtenarenwet en enige andere wetten in verband met het in overeenstemming brengen van de rechtspositie van ambtenaren met die van werknemers met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren), Kamerstukken II 2010/11, 32 550, Stb. 2017, 123.
O.a.: art. 7.6 Comptabiliteitswet 2016 (de president, de leden in (buiten)gewone dienst en de secretaris van de Algemene rekenkamer), art. 14, 41a en 61 Gemeentewet (leden gemeenteraad, wethouders en burgemeester), art. 1, onderdeel d, Gerechtsdeurwaarderswet (gerechtsdeurwaarders), art. 49 GW jo. art. 1 Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal (ministers en staatssecretarissen), art. 60 GW jo. art. 2 Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal (leden van de Eerste en Tweede Kamer), art. 61 GW (griffier en ambtenaren van de Staten-Generaal), art. 1 Wet ambtenaren defensie (defensieambtenaren), art. 8 Wet No (Nationale ombudsman en de substituut-ombudsman), art. 1 Wet op het notarisambt (notarissen), art. 2 Politiewet 2012 (ambtenaren van politie), art. 6 Wet RvS (vice voorzitter en leden Raad van state), art. 13 Wet RvS (secretaris en de ambtenaren van staat), art. 1 Wet RO (rechterlijke ambtenaren) en art. 84 Sr.
Bij zowel de eerste als de derde categorie van onderworpen subjecten gaat het om personen die uit hoofde van hun ambt de beschikking krijgen over fiscale gegevens. Het begrip ‘ambtenaar’ of ‘ambtsdrager’ is echter niet eenduidig gedefinieerd.1 Al in 1931 constateren Van Urk en Donner dat de Ambtenarenwet 1929 slechts één definitie geeft van het begrip ambtenaar voor de toepassing van die wet, maar dat dit niet identiek is aan het begrip ambtenaar in de zin van de Pensioenwet 1922 of het Wetboek van Strafrecht.2 Het feit dat een persoon géén ambtenaar is in de zin van de ene wet, wil derhalve niet zeggen dat die persoon die hoedanigheid evenmin bezit in de zin van een andere wet. Het overgrote deel van de ambtenaren zal vallen onder de definitie van art. 1 van de huidige Ambtenarenwet 2017.3 Het begrip ambt, ambtsdrager of ambtenaar komt echter in veel andere wetten voor.4