Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.3.3.b:7.3.3.b Tenietgaan van bewijsmogelijkheden
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.3.3.b
7.3.3.b Tenietgaan van bewijsmogelijkheden
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362953:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam 21 april 2011, FutD 2011-1069, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2794, r.o. 6.6.
Hof Amsterdam 23 juni 2016, nrs. 15/00713 en 15/00722, NTFR 2016/2336, r.o. 6.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede categorie zaken waarbij volgens de Hoge Raad kan worden voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium, zijn zaken waarbij het tenietgaan van bewijsmogelijkheden een rol speelt. In de voedingssupplementen-zaak heeft de belanghebbende bijvoorbeeld betoogd dat zij ernstig in haar verdediging werd geschaad, omdat door het opleggen van de utb (zonder horen vooraf) zij bepaalde informatie niet meer bij de importeur kon achterhalen, omdat door het opleggen van de utb de verhouding met die importeur was verstoord.1 In een zaak die diende bij Hof Amsterdam had de belanghebbende naar voren gebracht dat door het niet horen in de voorfase, de belanghebbende het onderzoek ter verdediging niet meer kon verrichten vanwege het latere faillissement van de opdrachtgever/importeur.2