Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.2.2.3
8.2.2.3 De gebeurtenissen bij Conservatrix
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949773:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook hoofdstuk 5.6.3. De volledige naam van Conservatrix is Nederlandsche Algemeene Maatschappij van Levensverzekering Conservatrix N.V. De verzekeringsportefeuille van Conservatrix bestond uit levensverzekeringen.
Rb. Amsterdam 15 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3309 (Conservatrix).
Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:746 (Conservatrix).
Gerechtshof Amsterdam 24 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2592 (schadeloosstelling overdracht aandelen Conservatrix) en Hoge Raad 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:839 (schadeloosstelling overdracht aandelen Conservatrix). De uitspraak uit 2021 is een tussenbeschikking. De uitspraak uit 2023 heeft betrekking op die tussenbeschikking. Deze juridische procedure zal dus nog wel geruime tijd doorlopen.
R.o. 3.11-3.13 Gerechtshof Amsterdam 4 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1980 (Conservatrix). Zie bijvoorbeeld alinea c van r.o. 3.11 in de beslissing van het hof: “DNB zich bij brieven 13 januari 2015 en van 17 februari 2015 op het standpunt heeft gesteld dat zij het onzorgvuldig acht om te besluiten tot enige en bloc maatregel, DNB bij brief van 20 mei 2016 als voorwaarde voor voortzetting van het vrijwillige overnametraject heeft gesteld dat geen en bloc maatregel wordt voorgesteld en DNB bij brief van 31 mei 2016, met een beroep op de medewerkingsplicht, Conservatrix NV heeft verboden enige en bloc maatregel te treffen.” Deze brieven van DNB komen ook aan de orde in de beschrijving van de feiten in Gerechtshof Amsterdam 24 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2592 (schadeloosstelling overdracht aandelen Conservatrix).
R.o. 4.3 en 4.4. Voorzieningenrechter Rb. Amsterdam 12 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9823 (Conservatrix). Dit betrof een procedure van Conservatrix Groep SARL (de aandeelhouder van Conservatrix) tegen DNB.
Van den Hurk in zijn noot bij Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:746 (Conservatrix) in Ondernemingsrecht 2019/138, p. 776. Hij beschrijft dat de aandeelhouder van Conservatrix (Conservatrix Groep SARL) voorafgaand aan de toepassing van de overdrachtsregeling voorstander was van toepassing van de en bloc-clausule. De directie en raad van commissarissen voelden op dat moment niet meer voor een dergelijke actie. In 2014 maakte toepassen van de en bloc-clausule nog wel onderdeel uit van de plannen van de directie en raad van commissarissen om uit de problemen te komen. Van den Hurk veronderstelt dat wijzigingen in de directie en raad van commissarissen gedurende 2014 en 2015 een verklaring kunnen zijn voor die veranderde visie. Zie ook Couwenbergh, Jonker en Zandbergen, Het Financieele Dagblad 14 oktober 2021, p. 1, 3, 20-23.
R.o. 4.15.5 Rb. Amsterdam 15 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3309 (Conservatrix). Volgens Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 1486, p. 1 zijn de voorwaarden waaronder de aandelen van Conservatrix in 2017 zijn overgegaan naar Trier Holding uitgewerkt in een eenzijdige verklaring van Trier Holding (een “confirmation letter”) en is dat een juridisch bindend document.
Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 1486, p. 2: “Uit het feitenrelaas van DNB dat ik bij mijn brief van 9 december 2020 aan de Tweede Kamer over het faillissement van Conservatrix heb gevoegd, blijkt dat de kapitaalversterking door Trier na de overdracht twee elementen kende. Ten eerste werd een herverzekering gesloten ten aanzien van een deel van de portefeuille van Conservatrix met Colorado Bankers Life Insurance Company (CBL). Daarbij werd een onderpand gestort op een apart trustaccount, tot zekerheid van de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de herverzekering door CBL jegens Conservatrix. Met deze herverzekering werd het risico van een deel van de verzekeringsverplichtingen van Conservatrix aan CBL overgedragen. Door de herverzekering daalden de solvabiliteitseisen voor Conservatrix. Deze herverzekering deed geen afbreuk aan de verplichtingen van Conservatrix jegens de polishouders. Ten tweede vond een directe kapitaalinjectie van EUR ca 18 miljoen in Conservatrix plaats. Beide elementen van de afgesproken kapitaalversterking zijn na de overdracht conform de afspraken van DNB door Trier uitgevoerd en leidden tot een solvabiliteitsratio van 188% per eind 2017. Door de herverzekering en de kapitaalinjectie, herstelde de financiële positie van Conservatrix en bevond haar solvabiliteitspositie zich weer boven de wettelijke norm. Uit het feitenrelaas blijkt dat zich na 2017 een aantal ontwikkelingen heeft voorgedaan waardoor de solvabiliteit van Conservatrix echter opnieuw sterk verslechterde, in het bijzonder de situatie bij CBL, waarbij Conservatrix een deel van de verzekeringsverplichtingen had herverzekerd. Zoals hierboven al is genoemd, had Trier zich in 2017 verbonden aan het behoud door Conservatrix van een minimale solvabiliteitsratio van 135%. Uit het feitenrelaas blijkt dat zowel Conservatrix als DNB Trier meerdere keren hebben gewezen op de bijstortverplichting. Trier gaf vervolgens herhaaldelijk te kennen hieraan niet te willen voldoen, zo blijkt uit het feitenrelaas. Vervolgens is Conservatrix in december 2019 een (juridische) procedure gestart gericht op een veroordeling tot nakoming van de bijstortverplichting. Die procedure heeft echter tot op heden niet in een storting door de aandeelhouder geresulteerd.”
Rapport evaluatiecommissie Conservatrix, p. 131.
Rb. Amsterdam 30 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7475 (Machtiging korting Conservatrix).
De wijzigingen staan kernachtig opgesomd in de door de curatoren van Conservatrix op 6 januari 2023 in de Staatscourant (nr. 292) geplaatste advertentie: “De wijzigingen van de polisvoorwaarden houden op hoofdlijnen het volgende in: (A) op de pensioenaanspraken van het (voormalige en huidige) eigen personeel van Conservatrix en van het (voormalige en huidige) personeel van voormalige groepsvennootschappen van Conservatrix zal niet gekort worden; (B) het gegarandeerde kapitaal (indien van toepassing) behorende bij nog in de toekomst te betalen premies wordt geschrapt en het recht op winstdeling voor de toekomst wordt geschrapt; (C) de overige aanspraken van polishouders worden met 10% gekort.”
Volgens r.o. 1.1 Rb. Amsterdam 30 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7475 (Machtiging korting Conservatrix).
De regeling van afdeling 3.5.1A Wft is op een dergelijke overdracht in faillissement niet van toepassing. Zie hierover hoofdstuk 5.6.3.
Staatscourant 6 oktober 2022, nr. 26799 en Staatscourant 4 januari 2023, nr. 497. De eerste advertentie is niet zoals gebruikelijk in de rubriek Mededeling verzekeringswezen geplaatst, maar in de rubriek Overige overheidsinformatie. Deze is daardoor enigszins lastig te vinden.
Art. 3:115 Wft. Zie hierover hoofdstuk 5.2.
Zie Menken, VAST 2022/P-026 waarin ik de verschillen bespreek tussen de procedure voor de overdracht van verzekeringen in de Faillissementswet en de procedure in de Wft voor de overdracht van levensverzekeringen.
Volgens de ‘Belangrijke mededeling van curatoren Conservatrix’ d.d. 13 oktober 2022. Daarin wordt ook gesteld dat er om die reden ongeveer 2% minder op de polissen hoefde te worden gekort.
Nadat Conservatrix DNB had laten weten het verkooptraject niet langer voort te zetten, benoemde DNB bij brief van 14 september 2020 een Wft-curator. Conservatrix kon geen rechtshandelingen meer uitvoeren zonder goedkeuring van de Wft-curator. De Wft-curator moest wekelijks aan DNB rapporteren. Zie over de Wft-curator het Rapport evaluatiecommissie Conservatrix, p. 135. Op grond van art. 1:76 Wft heeft DNB de bevoegdheid een of meer personen te benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen of vertegenwoordigers van een financiële onderneming indien die financiële onderneming niet voldoet aan hetgeen ingevolge de Wft is bepaald. In de weken voorafgaand aan het faillissement was DNB dus nauw bij de bedrijfsvoering betrokken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 december 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9903 (Yarden).
Trier Holding heeft in 2017 strikt genomen wel degelijk kapitaal gestort (in ieder geval circa EUR 18 miljoen). Zie hierover Aanhangsel Handelingen II 2020/21, nr. 1486, p. 2. Er was bij Conservatrix (net als bij Yarden) een dividendstop. Zie hierover r.o. 4.15.5 Rb. Amsterdam 15 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3309 (Conservatrix).
Volgens het Rapport evaluatiecommissie Conservatrix, p. 131 bevatte een kleine veertig procent van de polissen een en bloc-clausule.
Dit betrof een korting op de rechten van alle polishouders.
Brief van Stichting Polishouders Conservatrix aan Minister van Financiën Hoekstra d.d. 23 december 2020: “10. DNB geeft aan dat “DNB heeft de door de rechtbank benoemde curatoren geadviseerd om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een portefeuilleoverdracht in faillissement. Hierbij is het uitgangspunt dat een portefeuilleoverdracht tot een betere positie voor de polishouders dient te leiden dan een liquidatie van de activa van een instelling”. DNB geeft tevens aan “Echter, de curatoren kunnen bij het realiseren van een portefeuilleoverdracht het wijzigen van de voorwaarden van door polishouders bij Conservatrix afgesloten verzekeringen waarschijnlijk niet voorkomen vanwege de omvang van het aanwezige kapitaaltekort.” a. Waarom heeft DNB, op basis van deze uitgangspunten, besloten om het faillissement van Conservatrix aan te vragen en niet aan te sturen op een portefeuilleoverdracht, bijvoorbeeld met gebruik van de ‘en bloc’-wijziging? b. Met andere woorden: waarom heeft DNB ervoor gekozen om niet een directe, door DNB te beïnvloeden route naar portefeuille-overdracht te volgen, maar via de faillissementsroute aan te sturen op portefeuille-overdracht?”. Deze brief is te vinden op de website van de Stichting Polishouders Conservatrix.
Het toepassen van de en bloc-clausule is een belangrijke maatregel geweest om het faillissement van Yarden te voorkomen en om uiteindelijk tot een portefeuilleoverdracht aan Dela te kunnen komen. Conservatrix is wel failliet gegaan.1 Op het moment van het faillissement had Conservatrix circa 45.000 polishouders die gezamenlijk circa 71.000 polissen hadden.2 Conservatrix is op 8 december 2020 door de Rechtbank Amsterdam failliet verklaard. Een aantal jaren daarvoor (op 15 mei 2017) heeft de Rechtbank Amsterdam ingestemd met het toepassen van de destijds in de Wft opgenomen overdrachtsregeling op de door Conservatrix uitgegeven aandelen.3 De voormalige eigenaar van Conservatrix (Conservatrix Groep SARL) is tegen de toepassing van de overdrachtsregeling in cassatie gegaan. Het cassatieberoep is door de Hoge Raad afgewezen.4 Conservatrix Groep SARL procedeert sinds 2017 tegen de Staat der Nederlanden om in verband met de overdracht van de aandelen een aanvullende schadeloosstelling te laten vaststellen door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.5 Vanaf 2014 tot het faillissement van Conservatrix in 2020 blijkt het wel of niet toepassen van een en bloc-clausule een telkens in het overleg met DNB terugkerend onderwerp te zijn geweest.
De wederwaardigheden met betrekking tot de en bloc-clausule in de periode voorafgaand aan het toepassen van de overdrachtsregeling (op 15 mei 2017) blijken het duidelijkst uit enkele rechtsoverwegingen in een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 april 20176 en een vonnis in kort geding van de Rechtbank Amsterdam van 12 september 2016.7 DNB stond negatief tegenover de gedachte van de toenmalige aandeelhouder van Conservatrix (Conservatrix Groep SARL) om de en bloc-clausule toe te passen, omdat de rechten van polishouders naar de mening van DNB dan tot een onaanvaardbaar niveau zouden worden uitgehold en de aandeelhouder van Conservatrix in verhouding daarmee naar de mening van DNB te weinig deed.8
Bij de toepassing van de overdrachtsregeling op 15 mei 2017 heeft DNB aan de nieuwe aandeelhouder Trier Holding naast de betaling van de koopsom van EUR 1 een aantal voorwaarden gesteld, onder meer (1) het doen van een kapitaalstorting die voorziet in een solvabiliteitsratio van ten minste 135%, (2) ervoor zorgdragen dat Conservatrix die solvabiliteitsratio van 135% zal behouden, (3) gedurende ten minste tien jaar vanaf de overdrachtsdatum geen dividendbetalingen verrichten ten laste van Conservatrix en (4) “de aanspraken van de polishouders en andere schuldeisers in dit bod blijven onaangetast en de en bloc clausule zal door Conservatrix zonder uitdrukkelijke toestemming van DNB niet worden aangewend”.9 De initiële kapitaalstorting heeft volgens Kamerstukken ook daadwerkelijk plaatsgevonden.10
Maar ook Conservatrix kwam voor de tweede keer in financiële nood. In 2020 (dus het jaar waarin Conservatrix uiteindelijk op 8 december failliet ging) rijst wederom de vraag of besloten moet worden om de en bloc-clausule in te roepen. Het is duidelijk dat dat noodzakelijk is om te kunnen komen tot een portefeuilleoverdracht of aandelenoverdracht. Conservatrix besluit om de en bloc-clausule niet te gebruiken. Kamerstukken vermelden hierover het volgende:
“Conservatrix heeft ten slotte met behulp van een externe partij de mogelijkheden van een verkoop van de portefeuille of de aandelen onderzocht. Hiertoe vonden gesprekken plaats met mogelijk geïnteresseerde partijen. Conservatrix berichtte DNB bij brief van 26 augustus 2020 dat zij had besloten het commerciële verkooptraject te staken, omdat zij de voor een verkoop van de aandelen of portefeuilleoverdracht benodigde omvangrijke en impactvolle en bloc-wijziging onverantwoord en onaanvaardbaar achtte.”11
Het rapport van de Evaluatiecommissie Conservatrix gaat dieper in op de achtergrond van het besluit van Conservatrix: 12
“Uiteindelijk, zo blijkt uit een rapportage op 17 augustus 2020, waren er vijf partijen die interesse hadden en een indicatief bod deden. Geen van de geïnteresseerden was echter bereid tot een afdoende kapitaalstorting. Dat betekende dat een en bloc-korting nodig zou zijn. Op 18 augustus 2020 besloot de Raad van Bestuur van Conservatrix niet over te gaan tot zo’n korting. Een korting werd onverantwoord en onaanvaardbaar geacht. Een kleine veertig procent van de polissen bevatte een en bloc-clausule, maar binnen de verzekeringscategorieën kwamen verschillen voor. De een zou wel en de ander zou niet gekort worden. Daardoor zou niet alleen sprake zijn van ongelijkheid, maar nam ook de kans toe dat de korting in rechte niet in stand gehouden zou kunnen worden. Met het wegvallen van deze korting slonken ook de kansen op een verkoop van de portefeuille of de aandelen. Het besluit was ‘voorwaardelijk’ en ‘voorgenomen’, maar ook duidelijk. Op 26 augustus 2020 werd het voorgenomen besluit definitief.”
Op 8 december 2020 verklaarde de Rechtbank Amsterdam Conservatrix failliet. Deze rechtbank heeft daarna op grond van het bepaalde in art. 213agb Faillissementswet in een uitspraak van 30 november 2022 aan de curatoren machtiging verleend om de overeenkomsten van verzekering alsnog te wijzigen.13 Het betrof ingrijpende wijzigingen.14 Bij het faillissementsvonnis van 8 december 2020 waren de curatoren al op grond van art. 213aga Faillissementswet gemachtigd tot het doen overgaan van de verzekeringsportefeuille naar een derde.15
De verzekeringsportefeuille is vervolgens op 1 januari 2023 overgedragen aan een dochtervennootschap van Waard Leven N.V. Deze portefeuilleoverdracht door Conservatrix aan een dochtervennootschap van Waard Leven N.V. (met de naam Phoenix N.V.) vond dus plaats op basis van het bepaalde in art. 213aga en art. 213agb van de Faillissementswet.16
Een dag later (dus op 2 januari 2023) werd een akte van juridische fusie verleden tussen deze dochtervennootschap van Waard Leven (met de naam Phoenix N.V.) en Waard Leven N.V.17 Door deze juridische fusie gingen alle rechten en verplichtingen van Phoenix N.V. onder algemene titel over naar Waard Leven N.V. Het ging hier dus onder meer om de inmiddels gewijzigde verzekeringsovereenkomsten. Zoals eerder besproken, zijn de bepalingen in de Wft over de overdracht van een verzekeringsportefeuille analoog van toepassing op de overgang van een verzekeringsportefeuille onder algemene titel door juridische fusie.18
De herstructurering begin 2023 vond dus plaats door middel van een combinatie van éérst de procedure voor de overdracht van verzekeringen in de Faillissementswet (waarbij de procedure voor portefeuilleoverdracht zoals opgenomen in afdeling 3.5.1A Wft niet van toepassing is) en daarná de procedure voor portefeuilleoverdracht zoals opgenomen in afdeling 3.5.1A Wft.19 Volgens een mededeling van de curatoren op de website van Conservatrix zou er om fiscale redenen voor gekozen zijn om de verzekeringsportefeuille van Conservatrix niet rechtstreeks aan Waard Leven N.V. over te dragen.20
Naar aanleiding van deze gang van zaken bij Conservatrix (géén toepassing van de en bloc-clausule, wél een faillissement op verzoek van DNB en een wijziging van de polisvoorwaarden op grond van art. 213agb Faillissementswet) ligt de vraag voor de hand waarom DNB koos voor dit scenario.21 DNB had er in de laatste fase voor het faillissement ook op kunnen aansturen dat alsnog gebruik werd gemaakt van de en bloc-clausule. Er was immers sprake van een belangrijke juridische ontwikkeling. Op 1 december 2020 oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in het hoger beroep van de uitspraak van de Kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland dat het beroep van Yarden op de en bloc-clausule niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.22 Dat impliceert dat ook de juridische risico’s voor Conservatrix bij het toepassen van een en bloc-clausule (bij het deel van de verzekeringsportefeuille waarbij een dergelijke clausule in de polisvoorwaarden was opgenomen) waarschijnlijk minder groot waren dan aanvankelijk werd aangenomen. Daarnaast gold op dat moment ook het oorspronkelijke argument van DNB dat de aandeelhouder van Conservatrix in verhouding met het toepassen van de en bloc-clausule te weinig deed naar mijn mening niet meer.23
Het komt mij daarom voor dat er naar aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof van 1 december 2020 bij DNB nog een laatste maal een afweging behoorde plaats te vinden tussen (1) het scenario van het aansporen van Conservatrix om het voorbeeld van Yarden te volgen om de en bloc-clausule te gebruiken24 en om terug te gaan naar de oorspronkelijke bieders; (2) het scenario van het aanvragen van het faillissement en het laten toepassen van de mogelijkheden in de Faillissementswet om te korten op de rechten van polishouders25 en (3) het scenario van liquidatie van Conservatrix. Het zou interessant zijn te weten hoe in die laatste week (van 1 tot 8 december 2020) door DNB de uiteindelijke afweging is gemaakt en welke berekeningen er zijn gemaakt van de gevolgen van deze scenario’s voor de verschillende groepen polishouders, zoals de groep polishouders met een en bloc-clausule in de polis en de groep polishouders zonder en bloc-clausule in de polis. Indien deze nieuwe ontwikkeling in de en bloc-jurisprudentie door DNB niet meer grondig in beschouwing is genomen, dan zou daar mogelijk terecht kritiek op kunnen worden geleverd. Ook de Stichting Polishouders Conservatrix stelt (mijns inziens dus terecht) de vraag waarom DNB heeft gekozen voor een faillissement in plaats van “een portefeuilleoverdracht, bijvoorbeeld met gebruik van de ‘en bloc’-wijziging”.26