Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/IV:IV Landelijke hbs-examenprogrammas Staatsinrichting van Nederland 1870 en 1901
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/IV
IV Landelijke hbs-examenprogrammas Staatsinrichting van Nederland 1870 en 1901
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977080:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van 1866 tot 1870 is het schriftelijk examen ingevolge artikel 57 MO afgenomen door een door de Commissaris des Konings benoemde examencommissie. De examenprogramma’s zijn niet wettelijk vastgelegd, maar van de jaarlijkse examens afgeleid.
Vanaf 1870 zijn in een Algemeen Reglement uniforme exameneisen bepaald en is het examen mondeling (KB 10 maart 1870, Stb. 1870, nr. 49, artikel 7). De eisen onder G zijn voor Staatsinrigting van Nederland:
‘Hoofdzakelijk kennis van de inrigting van het bestuur van het Rijk, de provinciën en gemeenten, zoo als dit door de grondwet, de provinciale wet, de gemeentewet en eenige andere organieke wetten is geregeld, en van de onderlinge verhouding der onderscheidene staatsmagten in Nederland, alsmede een kort overzigt van de samenstelling van het bestuur in de Koloniën en bezittingen van Nederland in andere werelddeelen’.
In 1901 is het examenprogramma 1870 ingetrokken. Voortaan is een grondige kennis van de hoofdzaken van de wis- en natuurkundige wetenschappen, aardrijkskunde, wereldgeschiedenis, geschiedenis der letterkunde, staatshuishoudkunde en de statistiek en Staatsinrigting voldoende.
De eisen in de Bijlage van het KB onder G zijn voor Staatsinrigting van Nederland:
‘Eenige kennis van de inrichting van het bestuur van den staat, de provinciën en de gemeenten en van de onderlinge verhouding der […] staatsmachten in Nederland’.
Onder de letter I (aardrijkskunde) is kennis van de Staatsregeling vereist en onder K (geschiedenis) ‘kennis van regeringsvormen die in ons vaderland aan de tegenwoordige zijn voorafgegaan’. Aardrijkskunde en geschiedenis bevatten vakspecifieke aspecten van Staatsinrigting. De Staatsregelingen behoren tot de land- en volkenkunde, waar geschiedenis de ontwikkeling van regeringsvormen omvat.
Het leerplan Staatsinrigting bevat de hoofdzaken van de Staatsinrigting van Nederland, haar koloniën met administratief recht en de decentralisatie.