Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/3.3
3.3 Het relatieve karakter van rechtsbeginselen
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362949:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dworkin 1978, p. 24.
Klatt 2012, p. 7; Brouwer 1991, p. 42, Soeteman 2009, onder 2; Tolonen 1991, p. 275.
Dworkin 1978, p. 24; Soeteman 1991, onder 3, p. 746.
Kloosterhuis 2006, p. 170.
Schlössels 2004, onder 3.1.
HvJ 25 oktober 2011, zaak C-110/10 P, (Solvay), punt 63 e.v.; HvJ 18 juli 2013, zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, (Kadi II), punt 101 e.v.
Soeteman 1991, onder 10, p. 756.
Zie Alexy 1979, Alexy 2010, p 388; Soeteman 1991, onder 5; Kumm 2004 onder 1 en Kumm 2006, onder II.
Alexy 2010, p. 102, zie ook: Pauwels 2009, onder 3.5.3.
Leijten 2013, p. 399 e.v.
Leijten 2013, p. 399.
Zie bijvoorbeeld: HvJ 12 juni 2003, zaak C-112/00, (Schmidberger), punt 81; HvJ 15 juni 2006, zaak C-28/05, (Dokter), punt 75; HvJ 6 september 2012, zaak C-544/10, (Deutsches Weintor), punt 54; HvJ 24 november 2011, zaak C-70/10, (Scarlet Extended), punt 43; HvJ 26 september 2013, zaak C-418/11, (Texdata Software), punt 84.
Gribnau 2013, onder 3.
Dworkin 1978, p. 43 e.v.
Soeteman 2009, paragraaf 2.
Zie bijvoorbeeld: HvJ 18 juli 2013, zaken C-584/10 P, C-593/10 P en C-595/10 P, (Kadi II); HvJ 15 juni 2006, zaak C-28/05, (Dokter); HvJ 3 juli 2014, zaken C-129/13 en C-130/13, (Kamino), punt 54.
Douma 2013, onder 2.3.
Uit paragraaf 3.1 blijkt dat grondbeginselen een grote rol spelen binnen het Unierecht en dat het Hof van Justitie een voortrekkersrol vervult in het ontwikkelen van grondbeginselen, met de codificatie van verschillende grondbeginselen in het Handvest als bekroning van hun werk. In deze paragraaf sta ik stil bij het karakter van beginselen.
Het karakter van rechtsbeginselen wordt vaak omschreven door rechtsbeginselen af te zetten tegen rechtsregels.1
“Wanneer aan de toepassingsvoorwaarden van een maatstaf is voldaan, dan is die maatstaf een regel wanneer de gevolgen die de maatstaf daaraan verbindt logisch volgen, en een beginsel wanneer dat niet het geval is.”
Dworkin brengt in dit citaat tot uitdrukking dat bij de toepassing van rechtsregels de gevolgen op dwingende wijze uit de rechtsregel volgen. Rechtsregels hebben een alles-of-niets karakter.2 Bij een conflict tussen twee rechtsregels, moet één van de rechtsregels wijken. Dat wil zeggen dat één van de rechtsregels de andere buiten werking stelt. Het gevolg is dat een rechtsregel wel of niet van toepassing is, maar nooit gedeeltelijk van toepassing is.3 Alexy maakt een vergelijkbaar onderscheid tussen rechtsregels en rechtsbeginselen, maar hij overweegt dat een conflict tussen twee rechtsregels twee oplossingen kent. Zo kan een van de regels buiten toepassing worden verklaard (zoals Dworkin voorstaat) of de wetgever voegt aan één van de rechtsregels een uitzondering toe.4
Het citaat brengt tot uitdrukking dat bij de toepassing van rechtsbeginselen de gevolgen niet noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het rechtsbeginsel, zodat bij rechtsbeginselen van tevoren niet altijd duidelijk is welke gevolgen zullen intreden. Verschillende rechtsbeginselen kunnen tegelijk gelden. Het tegelijkertijd gelden van rechtsbeginselen maakt dat rechtsbeginselen met elkaar concurreren. Beginselen hebben daardoor geen alles-of-nietskarakter; ze zijn slechts richtinggevend. Concurrerende beginselen moeten tegen elkaar worden afgewogen.5 Een conflict tussen twee concurrerende beginselen kent een andere wijze van oplossen dan een conflict tussen rechtsregels. Het is niet zo dat bij een conflict tussen rechtsbeginselen één rechtsbeginsel buiten werking wordt gesteld of aan dit beginsel een beperking wordt toegevoegd. Bij een conflict tussen rechtsbeginselen dient te worden beoordeeld welk beginsel, in het concrete geval, gelet op alle feiten en omstandigheden, zwaarder moet wegen.6 Het zwaarder wegende beginsel zal het lichter bevonden beginsel in dat concrete geval deels of geheel beperken. Een weging van concurrerende beginselen, waarbij het ene beginsel in een concreet geval het andere beginsel beperkt, betekent niet dat het lichter bevonden beginsel geen werking meer heeft. In een ander concreet geval, met andere feiten en omstandigheden, kan dat beginsel wel als het zwaarder wegende beginsel uit de weging komen.7 Rechtsbeginselen kunnen dus in bepaalde mate worden vervuld. Alexy karakteriseert daarom rechtsbeginselen als optimaliseringsvereisten.8 Daarbij geldt dat hoe groter de mate van afbreuk aan het ene beginsel des te groter moet het belang zijn om aan het andere concurrerende beginsel te voldoen.9 Alexy koppelt daaraan zijn ‘Law of Balancing’ voor het beperken van beginselen. Deze ‘Law of Balancing’ komt in paragraaf 6.5.3.a aan de orde waar het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel wordt onderzocht.
De concurrerende beginselen bepalen de mate van realisatie van een bepaald beginsel in een specifiek geval. Beginselen concurreren constant met elkaar, waarbij afhankelijk van de feiten en omstandigheden in de ene situatie het ene beginsel het andere wel zal mogen beperken en in een andere situatie niet. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden zal de weegschaal naar de ene of de andere kant doorslaan:
Figuur 4
Waar Alexy grondrechten geheel als beginselen ziet, wil Habermas niet van het gebruik van beginselen weten. Deze zijn naar zijn mening vaag en moeilijk vergelijkbaar. De kritiek op het gebruik van beginselen komt later aan bod (paragraaf 3.5). Ook Barak brengt een nuancering aan en ziet de grondrechten niet als beginselen, maar als definitieve rechten die soms niet kunnen worden gerealiseerd.10 Barak vindt daarbij dat de grondrechten dusdanig belangrijke individuele waarborgen zijn, dat bij het beperken van dergelijke rechten de reikwijdte van het recht van belang blijft. Leijten merkt op dat dit wellicht slechts een discussie van ‘etiketten plakken’ is, omdat ook Alexy bij het wegen van de beginselen waarde hecht aan het gewicht dat een beginsel heeft zonder een beperking (begingewicht).11
Het Hof van Justitie heeft veelvuldig overwogen dat Unierechtelijke beginselen beperkt kunnen worden, dat beginselen tegen elkaar dienen te worden afgewogen aan de hand van alle omstandigheden van elk afzonderlijk geval en dat moet worden nagegaan of een juist evenwicht tussen die belangen is bereikt.12 Het bereiken van het juiste evenwicht, zoals het Hof van Justitie voorstaat, sluit mijns inziens goed aan bij de visie van Alexy dat sprake is van optimaliseringsvereisten. Het karakteriseren van beginselen als optimaliseringsvereisten maakt duidelijk dat bij concurrerende beginselen steeds een zoektocht naar het optimum noodzakelijk is. Daarom zal ik het onderzoek naar het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel aanvliegen vanuit de theorie van Alexy en de ‘Law of Balancing’ (paragraaf 6.5.3.a e.v.).
Gribnau geeft aan dat het relatieve karakter van rechtsbeginselen inhoudt dat rechtsbeginselen ten dienste staan van de rechtswaarde en een brug vormen tussen het recht in een rechtsorde en de waarden van de samenleving.13 Dworkin geeft aan dat een beginsel moet worden verwezenlijkt, omdat dat is gewenst vanuit het oogpunt van rechtvaardigheid of vanuit andere morele uitgangspunten.14 Het karakter van rechtsbeginselen zorgt er volgens Dworkin voor dat rechtsbeginselen richting geven. Het zijn geboden die in de hoogst mogelijke mate dienen te bereiken wat gerechtvaardigd of moreel behoorlijk is. Beginselen dicteren niet, maar wijzen in een richting.15 Samenvattend vertegenwoordigen rechtsbeginselen dus een bepaalde norm. Aangezien juist ten aanzien van dergelijke normen vaak wel overeenstemming bestaat tussen lidstaten zijn rechtsbeginselen goed bruikbaar binnen het Unierecht. De lidstaten behouden daarmee grotendeels hun procedurele autonomie (paragraaf 7.1).
Het vorenstaande laat zien dat ook het kenbaarmakingsbeginsel geen absolute gelding zal hebben. Met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginselen kunnen het kenbaarmakingsbeginsel beperken. Een verscheidenheid aan concurrerende beginselen beperkt in de praktijk het kenbaarmakingsbeginsel. In de Kadi-arresten wordt het kenbaarmakingsbeginsel beperkt door het belang van de staatsveiligheid, in het arrest Dokter door de volksgezondheid en in fiscale zaken vaak door het belang van heffing en inning van belastingen.16 Deze algemene belangen van de lidstaten of algemene belangen van de Unie hebben ook een beginselkarakter.17 Douma geeft dit treffend weer en geeft aan dat als een algemeen belang een rechtsregel zou zijn en dus een absoluut karakter zou hebben, dat dan beginselen zoals het recht op privacy, het algemeen belang nooit kunnen beperken en dat daarmee beginselen zonder waarde zouden zijn. Dan kan bijvoorbeeld het algemene belang van de staatsveiligheid het recht op privacy in het geheel terzijde schuiven en het algemeen belang van heffen en innen het kenbaarmakingsbeginsel zonder pardon opzij kunnen zetten. Het onderzoek naar het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel is neergelegd in hoofdstuk 6 en bij dat onderzoek wordt gebruikgemaakt van de kennis over beginselen van dit hoofdstuk.