De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/10.6:10.6 Conclusie
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/10.6
10.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174194:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Baas, De Groot-van Leeuwen & Laemers 2010, hoofdstuk 3 en paragraaf 7.5.
Verwoerd & Van Teeffelen 1985, p. 30-31. Uit eerder onderzoek bleek dat rechters menen dat in het algemeen de kwaliteit van de rechtspraak beter gewaarborgd is met meervoudige behandeling (Verwoerd 1981, p. 31-32).
Verwoerd & Van Teeffelen 1985, p. 34.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Meervoudige rechtspraak komt de kwaliteit ten goede van de rechtspraak in het algemeen en de uitspraak in het bijzonder, vond een grote meerderheid van de respondenten. Meervoudige behandeling van een zaak leidt tot meer uitwisseling van kennis en inzichten alsook tot (verdieping van de) discussie, wat zijn weerslag heeft in de kwaliteit van de uitspraak. Een belangrijke pre van de meervoudige kamer is bovendien dat ze jongere rechters in staat stelt ervaring op te doen in samenwerking met meer geoefende collega’s. ‘Daar kan geen cursus tegenop’, schreef een familierechter. Een ander voordeel is dat uitspraken van de meervoudige kamer op papier komen, waardoor justitiabelen en eventuele hogerberoepsrechters na kunnen lezen welke overwegingen tot de uitspraak hebben geleid. Tal van respondenten meenden dat de acceptatiegraad van meervoudige zaken groter is dan bij enkelvoudige zaken, al lopen de opvattingen daarover uiteen. Als nadelen van meervoudige rechtspraak noemden respondenten de langere doorlooptijden, de ingewikkelder planning van meervoudige zittingen, de hogere kosten en de veelal meer formele behandeling ter zitting.
De hogere snelheid van afhandeling van zaken, de grotere dynamiek en meer informele sfeer tijdens de zitting alsook de eigen verantwoordelijkheid van de rechter zagen respondenten als positieve kanten van enkelvoudige rechtspraak. Meervoudige behandeling van doorsneezaken voegt weinig toe. Het grotere tijdsbeslag van collegiale behandeling maakt dat unusrechtspraak bij dergelijke zaken meer opportuun is. De voordelen van enkelvoudigheid kunnen echter ook omslaan in nadelen, bijvoorbeeld als een zaak te zwaar is om door één rechter te worden afgedaan. Jarenlange ervaring als enkelvoudige rechter resulteert in expertise, maar kan ook verstarring tot gevolg hebben. Bij al te frequente enkelvoudige afdoening van zaken zou bovendien de rechtseenheid eerder in het geding komen.
De voor- en nadelen die de rechters in de enquête en interviews naar voren brachten waren uitvoeriger gemotiveerd dan die welke in de literatuur worden genoemd, maar ze verschilden in de kern maar weinig. Dat is ook niet verwonderlijk, omdat een aanzienlijk deel van de auteurs zelf rechterlijke ervaring heeft. Wel lijkt het erop dat geënquêteerde rechters wat meer dan auteurs oog hebben voor de praktische voordelen van meervoudige en enkelvoudige rechtspraak. Zo was slechts in de enquête terug te vinden dat een mondeling vonnis van de politierechter beter kan aansluiten bij de belevingswereld van een verdachte dan een geschreven vonnis van de meervoudige kamer.1
Meelezen gebeurt bij de gerechten en gerechtsafdelingen in wisselende mate, zo bleek eerder. Toch noemden vrijwel alle respondenten het effect van meelezen op de kwaliteit van een uitspraak positief. Meervoudige behandeling zagen ze als nog gunstiger voor de kwaliteit. Een derde van de rechters zou graag zien dat zaken vaker meervoudig worden gedaan, hoewel een meerderheid van de respondenten deze vorm van rechtspraak wel als werkdrukverhogend ervoer.
Verruiming van de bevoegdheid van enkelvoudige kamers was voor bijna de helft van de respondenten van de rechtbanken, met name voor familie- en bestuursrechters, geen kwestie van belang. Een iets kleiner deel, onder wie veel handelsrechters, stond er gematigd positief tegenover. Een veelgehoord argument was dat door de werkwijze van enkelvoudige kamers – naar verhouding vlot en informeel – justitiabelen meestal snel weten waar ze aan toe zijn. Strafrechters toonden wat meer reserve. De bevoegdheid van de politierechter om vrijheidsstraffen tot een jaar op te leggen was volgens de ene helft verantwoord, mits politierechters ervaren zijn en goede afspraken over de zaakstoedeling maken met het OM, terwijl de andere helft er veel bezwaren in zag. Respondenten van de gerechtshoven waren het meest kritisch, zeker als het gaat om het vaker enkelvoudig afdoen van zaken in hoger beroep.
Rond 1980 zijn rechters ook bevraagd over hun opvattingen naar meervoudige en enkelvoudige rechtspraak. Destijds betrof het een enquête over tijdsbesteding en werkbelasting die aan rechters van de rechtbanken te Amsterdam, Breda en Zutphen was voorgelegd. Daaruit bleek dat zij overwegend positief stonden tegenover omvangrijke inschakeling van de alleensprekende rechter. Volgens hen kwam de unusrechtspraak de productiviteit ten goede, leidde het tot minder lange wachttijden en een beter contact met de justitiabelen en werd er een groter beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van de rechter door gedaan. Wel leidde enkelvoudige rechtspraak volgens de rechters tot minder mogelijkheden tot goed zakelijk contact met collega’s. Over de gevolgen voor de kwaliteit van de rechtspraak waren ze verdeeld.2 Met uitzondering van dit laatste element komen de argumenten van de rechters destijds overeen met die van de enquête in dit onderzoek. Hun verhoudingsgewijs positievere opvattingen over de kwaliteit van alleenrechtspraak kan mede worden verklaard door het feit dat zaken rond 1980 veel vaker dan tegenwoordig enkelvoudig werden afgedaan. Ook waren destijds het financieringssysteem en de bedrijfsvoering minder gericht op productie (zie de paragrafen 2.4 en 10.3). Waarschijnlijk leefden er daardoor minder zorgen over kwaliteitsverlies, al waren die er wel.3