Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.5
6.5 Het evenredigheidsbeginsel
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362913:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: HvJ 23 februari 1983, zaak 66/82, (Fromançais).
Zie bijvoorbeeld: HvJ 13 november 1990, zaak C-331/88, (Fedesa), p. 13 en HvJ 5 oktober 1994, zaak C-133/93, (Crispoltoni), p. 41.
Emiliou 1996, p. 134; Douma 2007, onder 1; Jans 2000, p. 272 e.v.; Conclusie A-G Poiares Maduro van 13 juli 2006 in de zaak C-434/04 (Ahokainen en Leppik), punt 26; Rivers 2006, p. 178.
De vierde en tevens laatste voorwaarde die artikel 52, eerste lid, van het Handvest stelt aan een beperkende maatregel is dat de maatregel moet voldoen aan de eis van evenredigheid. Het vereiste van evenredigheid houdt in dat sprake moet zijn van evenredigheid tussen maatregel en doel.1 Voor evenredigheid tussen maatregel en doel moet de maatregel geschikt en noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de legitieme doelstellingen die met de betrokken maatregel worden nagestreefd, met dien verstande dat, wanneer een keuze mogelijk is tussen meerdere geschikte maatregelen, die maatregel moet worden gekozen die de minste belasting met zich brengt, terwijl de veroorzaakte nadelen niet onevenredig mogen zijn aan het nagestreefde doel.2 Het evenredigheidsbeginsel omvat daarmee een drietal vereisten, die van geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid stricto sensu.3 Deze vereisten bespreek ik in de paragrafen hierna.
6.5.1 Geschiktheid6.5.2 Noodzakelijkheid6.5.3 Het vereiste van evenredigheid stricto sensu