Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/7.3.3
7.3.3 Specialisatie
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713172:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Jong 2016, p. 159; Van Dam 2013, nr. 810-4.
Bijvoorbeeld: De Jong 2016, p. 159.
HR 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5162, NJ 2003/549, m.nt. J.B.M. Vranken (Legionella).
Hier is ook de overlap tussen het gezichtspunt ‘bedrijfstak’ en ‘specialisme’ te herkennen.
Dit betekent overigens niet dat een tuincentrum in dat geval onder aansprakelijkheid kan uitkomen. Op grond van (een van) de andere gezichtspunten kan de rechter tot het oordeel komen dat het tuincentrum meer kennis heeft en/of meer zorgvuldigheid in acht moet nemen.
Ettema & Jansen 2013, p. 80.
HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1107, NJ 2017/363, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (SNS v. Stichting Overwaardeconstructie W&P), r.o. 4.2.6.
De Jong 2016, p. 159; Van Dam 2013, nr. 810-4.
Een tweede aanknopingspunt voor specificatie is de mate van specialisatie van de ondernemer. Dit gezichtspunt is met name van belang bij het vaststellen van de kennis van de aangesproken partij en komt terug in de gevaarzettingsliteratuur. De gedachte is dat van een gespecialiseerde ondernemer een hoger kennisniveau verwacht kan worden dan van een minder gespecialiseerde ondernemer. Gespecialiseerde ondernemers worden volgens sommigen geacht het kennisniveau te bezitten van een wetenschapper op dat specifieke vakgebied.1 Onduidelijk is wat precies onder ‘specialisatie’ wordt verstaan. In de literatuur wordt specialisatie gekoppeld aan de omvang van de onderneming.2 Dit is mijns inziens te kort door de bocht. Ook kleine bedrijven, zonder rechtspersoonlijkheid, kunnen specialistisch zijn. Onder ‘mate van specialisatie’ versta ik: ‘de mate van deskundigheid ten aanzien van de schadeveroorzakende handeling of schadeveroorzakende zaak’. Een voorbeeld is de hiervoor gegeven Legionella zaak.3 De laedens was niet zomaar een handelaar, maar een handelaar in whirlpoolproducten.4 Van hem kon worden verwacht dat hij op de hoogte was van de producten die hij verhandelde, door in ieder geval de informatie uit de handleidingen tot zich te nemen. Dit zou mogelijk anders zijn als de aangesproken partij niet een handelaar in whirlpoolproducten is, maar een tuincentrum dat toevallig ook jacuzzi’s verkoopt. In dat laatste geval wordt specialisatie minder snel aangenomen.5
In de rechtspraak over de aansprakelijkheid van de financiële ondernemer wordt eveneens gespecificeerd op basis van specialisatie. Het gaat dan niet zozeer om de ‘mate van deskundigheid ten aanzien van de schadeveroorzakende handeling of schadeveroorzakende zaak’, maar specifiek om de ‘mate van deskundigheid ten aanzien van de schadeveroorzakende financiële dienst of het financiële product’. Deze deskundigheid ligt ten grondslag aan de bijzondere zorgplicht van de financiële dienstverlener.6 Uit het arrest SNS v. Stichting Gedupeerden overwaardeconstructie W&P blijkt dat de Hoge Raad veronderstelt dat de bank kundig genoeg is om kennis te hebben van de eventuele gevolgen van de verwezenlijking van een risico:
“Een kredietverlenende bank is als ter zake kundige in de regel beter dan een kredietvragende consument in staat de gevolgen van kredietverstrekking te overzien en weer te geven.”7
Hoeveel kennis van een financiële ondernemer verwacht wordt, is onduidelijk. De kennis van de gespecialiseerde ondernemer in het kader van de gevaarzetting wordt in de literatuur gelijkgesteld met de kennis van een wetenschapper.8 Het is aannemelijk dat dit ook geldt voor de (gespecialiseerde) financiële ondernemer. In de literatuur en de rechtspraak is hier echter (nog) geen uitsluitsel over gegeven.
Een onderscheid op basis van de mate van specialisme is gerechtvaardigd vanwege de mate van opgewekt vertrouwen. Van een laedens die zich heeft gespecialiseerd in een bepaalde discipline kan verwacht worden dat hij veel tijd, moeite en middelen heeft ingezet. Hierdoor mag een derde verwachten dat hij gedurende dit proces kennis heeft opgedaan. Doorgaans presenteert een onderneming zich als specialist op een bepaald gebied. Deze presentatie leidt niet alleen tot opgewekt vertrouwen bij derden en klanten, maar mogelijk ook tot meer profijt. In die zin vormt het profijtbeginsel een reden voor het toewijzen van een hoger kennisniveau. Tot slot kan in gevallen van een ongelijkheid tussen partijen (gespecialiseerde onderneming tegenover niet-gespecialiseerde particulier dan wel onderneming) een zekere mate van slachtofferbescherming als rechtvaardigheidsgrond fungeren voor het toewijzen van een hoger kennisniveau.