Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/60
Verdachte heeft bewust aanmerkelijke kans aanvaard op verkorting van rechten van schuldeisers van [A] B.V. en heeft als feitelijk leidinggevende van [B] B.V., in vooruitzicht van faillissement goederen aan de boedel onttrokken.
HR 02-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1813
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/01388
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1813, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1025, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑03‑2024
- Wetingang
Art. 341 aanhef en onder a sub 1° en sub 4° oud Sr
Essentie
1. Het oordeel van het hof dat de verdachte, door geen deugdelijke administratie te voeren, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de rechten van schuldeisers van [A] B.V. werden verkort, is niet onjuist en het is toereikend gemotiveerd.
2. Het oordeel van het hof dat de verdachte, als feitelijk leidinggevende van [B] B.V., in het vooruitzicht van een faillissement ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers goederen aan de boedel heeft onttrokken, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR 7 februari 2017, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.