Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.3.4:8.3.4 ‘Ondersplitsing’ als probleem?
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.3.4
8.3.4 ‘Ondersplitsing’ als probleem?
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS397327:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als men aanvaardt dat de koper reeds terstond een eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde verkrijgt uit hoofde van de voorwaardelijke overdracht en vervolgens ook aanneemt dat de koper reeds voor vervulling van de voor- waarde over dit recht kan beschikken, is denkbaar – maar niet erg aannemelijk – dat de koper dit eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde vervolgens aan een derde overdraagt onder (een andere) opschortende voorwaarde, bijvoorbeeld een vervreemding van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde onder eigendomsvoorbehoud. Er is dan sprake van een voorwaardelijke beschikking over een voorwaardelijk recht. Op grond van artikel 3:84 lid 4 BW bewerkstelligt de tweede overdracht dat de tweede koper terstond een recht verkrijgt, zij het dat dit recht is onderworpen aan de tweede opschortende voorwaarde. De tweede koper wordt derhalve eigenaar onder opschortende voorwaarde van het eigendomsrecht onder – een andere – opschortende voorwaarde. De eerste verkoper blijft vooralsnog eigenaar onder ontbindende voorwaarde en de eerste koper is eigenaar onder ontbindende voorwaarde van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde. In theorie kan deze ‘ondersplitsing’ van het eigendomsrecht onder opschortende voorwaarde doorlopend plaatsvinden.1
Deze ondersplitsing wordt wel beschouwd als een onwenselijke consequentie van de aanvaarding van gesplitste eigendom als gevolg van een voorwaardelijke beschikking. De rechtsmacht ten aanzien van een zaak kan hierdoor worden onderworpen aan een grote hoeveelheid aan voorwaarden. Beeldend is dit bezwaar verwoord door Kortmann, die het eigendomsrecht vergeleek met een ui; het steeds verder afpellen van de uienringen door de voorwaardelijke beschikkingen zou tot gevolg hebben dat uiteindelijk niets overblijft dan tranen.2
Hoewel bovengenoemde ondersplitsing op zich zelf genomen denkbaar is, verwacht ik dat deze tranen de praktijk bespaard zullen blijven. Niet goed laat zich namelijk indenken dat er in de praktijk behoefte bestaat aan een zodanige ondersplitsing, omdat de rechtsverkrijging van de volgende verkrijger afhankelijk is van twee voorwaarden. Men verkrijgt een eigendomsrecht dat onderworpen is aan twee voorwaarden. Voor een nadere ondersplitsing, waarbij het eigendomsrecht afhankelijk wordt van nog meer voorwaarden, geldt dat des te meer. En als er geen behoefte bestaat aan een dergelijke ondersplitsing, zal zij ook wel niet plaatsvinden. Illustratief is de Duitse praktijk, waarin het zogenoemde weitergeleitete Eigentumsvorbehalt, waarbij de eerste koper zijn Anwartschaftsrecht onder eigendomsvoorbehoud vervreemdt, een buitengewoon ongebruikelijke figuur is, vanwege de hier genoemde bezwaren.3 De koper onder eigendomsvoorbehoud van het Anwartschaftsrecht zou een recht verkrijgen dat afhankelijk is van meerdere voorwaarden, terwijl hij op de vervulling van een van beide voor- waarden geen enkele invloed heeft. Hier blijkt dat rechten die in de praktijk nauwelijks van waarde zijn, ook wel niet in het leven zullen worden geroepen. Wanneer desalniettemin een zodanige ondersplitsing zou plaatsvinden, worden derden beschermd indien zij onkundig zijn van het bestaan van (een of meer) voorwaarden waaraan het eigendomsrecht is onderworpen.