Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.3.2.3
7.3.2.3 Strafbare schuldeiserbenadeling
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186854:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Art. 344 lid 1 aanhef en onder 2 Sr. Een geldboete van de vijfde categorie is maximaal € 83.000,-, zie art. 23 Sr.
MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33994, 3, p. 14 en NNAV, Kamerstukken II 2014/15, 33994, 6, p. 10. Daaruit blijkt dat de wetgever expliciet aansluiting heeft gezocht bij HR 11 mei 2010, RvdW 2010/652 (Betaling ’Beton en Bekisting’), zie r.o. 2.3.1 en de regel van HR 9 februari 2010, NJ 2010/104 (Huis in Frankrijk) in stand heeft gelaten, zie r.o. 4.3.2 en 4.4.2. Zie ook HR 16 februari 2010, NJ 2010/119 (Administratieplicht), r.o. 2.3 Hilverda 2009, p. 196 en HR 7 februari 2017, RvdW 2017/226 (Videotheek zonder administratie).
HR 16 februari 2010, NJ 2010/119 (Administratieplicht), r.o. 2.3, HR 7 februari 2017, RvdW 2017/226 (Videotheek zonder administratie), r.o. 3.3, Hilverda 2009, p. 198 en MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33994, 3, p. 14.
MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33994, 3, p. 7 en 14. Vgl. over de tot 1 juli 2016 geldende versie van art. 344 Sr, HR 9 februari 2010, NJ 2010/104 (Huis in Frankrijk) en Hilverda 2009, p. 216. Vgl. ook Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht, art. 344 Sr, aant. 7.
MvT, Kamerstukken II 2013/14, 33994, 3, p. 7 en 14 en Kamerstukken II 2014/15, 33994, 6, p. 19.
431. Een achtergestelde schuldeiser die zijn vordering ter verificatie indient zonder melding te maken van de achterstelling, terwijl hij daar wel van weet, pleegt bovendien een misdrijf. Op grond van artikel 344 Wetboek van Strafrecht wordt
“hij die in geval van faillissement van een ander, (…), wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld, (…), zich wederrechtelijk bevoordeelt of laat bevoordelen”
gestraft met een gevangenisstraf van maximaal vierenhalf jaar of een geldboete van de vijfde categorie.1
Om strafbaar te zijn op grond van deze bepaling is voldoende dat de dader voorwaardelijk opzet had op de benadeling van de schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden.2 Een verdachte kan dus al strafbaar zijn als hij bewust de aanmerkelijke kans op benadeling heeft doen ontstaan of aanvaard.3
Door een achterstelling niet te melden aanvaardt de juniorschuldeiser een aanmerkelijke kans op benadeling van de andere schuldeisers, als hij van de achterstelling op de hoogte was.4 Daardoor aanvaardt hij immers bewust de aanmerkelijke kans dat zijn vordering ten onrechte zonder achterstelling wordt erkend en dat de concurrente of de achtergestelde schuldeisers daardoor een lagere uitkering ontvangen.
Het indienen van een achtergestelde vordering zonder melding van de achterstelling is echter alleen strafbaar als de andere schuldeisers daadwerkelijk zijn benadeeld.5 Dat kan ondanks de onjuiste indiening van de achtergestelde vordering op twee manieren worden afgewend.
Als de opbrengst van de boedel hoe dan ook onvoldoende is om toe te komen aan een uitkering aan de concurrente schuldeisers, of als zij juist hoe dan ook volledig worden voldaan, dan worden die schuldeisers niet daadwerkelijk benadeeld door de verzwijging van de achterstelling.
Hier moet naar mijn mening van worden geabstraheerd. Met het vals voorwenden van zijn vordering heeft de schuldeiser voldoende kans geaccepteerd op benadeling van andere schuldeisers. Dat geldt temeer nu verificatie van vorderingen doorgaans alleen plaatsvindt als een uitkering op de concurrente vorderingen te verwachten is. Dan is de kans op benadeling aanmerkelijk.
De indiening van de achtergestelde vordering zonder de achterstelling te melden leidt bovendien niet tot daadwerkelijke benadeling van de andere schuldeisers als de curator of een van de andere schuldeisers de rang van de juniorvordering met succes betwist en de vordering daardoor alsnog wordt erkend als een achtergestelde vordering. Het is niet aannemelijk dat de indiening zonder melding van de achterstelling dan strafbaar is omdat die indiening niet tot daadwerkelijke benadeling leidt. Weliswaar is voor strafbaarheid niet vereist dat de benadeling onherstelbaar is,6 maar als de indiening zonder melding van de achterstelling niet leidt tot erkenning zonder achterstelling, dan vindt überhaupt geen benadeling plaats. De indiening zonder melding van de achterstelling kan dan hooguit gelden als een strafbare poging tot schuldeisersbenadeling.
432. Verder kan het indienen van een achtergestelde vordering als concurrente vordering onder omstandigheden kwalificeren als oplichting7, valsheid in geschrift8, opgave van onware gegevens9 en actieve fraude10.