Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.1:8.1 Inleiding
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS393763:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk behandelt de positie van de koper gedurende de periode van onze- kerheid. De constructie van het eigendomsvoorbehoud als overdracht onder opschortende voorwaarde bewerkstelligt dat de tot stand gekomen overdracht nog geen werking heeft, maar leidt er tegelijkertijd toe dat de koper automatisch en zonder meer eigenaar wordt van de verkochte zaak, zodra hij de verschuldigde tegenprestatie voldoet en aldus de voorwaarde in vervulling gaat. Het is de vraag wat de gevolgen zijn van het feit dat de overdracht reeds volledig tot stand is gekomen voor de rechtspositie van de koper. In de literatuur bestaat met name veel aandacht voor de vraag of de koper de door hem reeds geïnvesteerde waarde in de verkochte zaak reeds gedurende de periode van onzekerheid kan mobiliseren, door zijn positie met betrekking tot de verkochte zaak te kunnen verhandelen.
In dit hoofdstuk wordt deze positie van de koper nader gekwalificeerd. Daarbij wordt de verklaring voor de goederenrechtelijke werking van de vervulling van de voorwaarde tot uitgangspunt genomen, omdat slechts van een bijzondere positie van de koper ten aanzien van de verkochte zaak kan worden gesproken, indien duidelijkheid bestaat over de verklaring voor deze goederenrechtelijke werking (paragraaf 8.2). Onderzocht wordt op welke wijze is gewaarborgd dat de koper, ondanks de opgeschorte werking van de overdracht, door vervulling van de voorwaarde zonder meer onvoorwaardelijk eigenaar wordt van de zaak. In dat verband wordt beslissende betekenis toegekend aan artikel 3:84 lid 4 BW, dat bepaalt dat de koper een eigendomsrecht verkrijgt dat aan dezelfde voorwaarde is onderworpen als de overdracht. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de bezwaren tegen een zodanige benadering (paragraaf 8.3), wordt dit voorwaardelijke recht nader gekwalificeerd (paragraaf 8.4) en afgezet tegen het eigendomsrecht onderontbindende voorwaarde van de verkoper (paragraaf 8.5). In het vervolg van het hoofdstuk staan de mogelijkheden voor de koper om te beschikken over dit voor- waardelijke recht en de moeilijkheden die daarbij kunnen ontstaan centraal (paragraaf 8.9). Aansluitend wordt ingegaan op de rechtsgevolgen van de vervulling van de voorwaarde voor de eigendomsverkrijging (paragraaf 8.10). Tot slot komen de machtsrelatie van de koper ten aanzien van de zaak (paragraaf 8.11) en de verklaring voor een eventuele beschikkingsbevoegdheid van de koper over de zaak aan bod (paragraaf 8.12).
Hoewel vanwege het onderwerp van dit proefschrift in het bijzonder wordt toegespitst op de positie van de koper onder eigendomsvoorbehoud, hebben veel van de beschouwingen in het algemeen betrekking op de positie van de verkrijger uit hoofde van een overdracht onder opschortende voorwaarde gedurende de periode van onzekerheid, aangezien het eigendomsvoorbehoud slechts een verschijningsvorm is van die figuur. Soms leidt de inhoud van de voorwaarde bij het eigendomsvoorbehoud echter tot bijzondere rechtsgevolgen.
Dit hoofdstuk heeft (helaas) een behoorlijke omvang. In de eerste plaats is dit een gevolg van het feit de positie van de koper gedurende de periode van onzekerheid een van de meest omstreden vragen rond het eigendomsvoorbehoud is en het arrest Rabobank/Reuser de problematiek geenszins minder controversieel heeft gemaakt. Bovendien is in de literatuur vooralsnog vrijwel uitsluitend toegespitst op de kwalificatie van de positie van de koper, zonder dat de consequenties van die kwalificatie nader zijn doorgerekend en uitgewerkt. Dit hoofdstuk beoogt daartoe een eerste aanzet te geven.