Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.3.3.c
7.3.3.c Discussie over de feiten en/of de interpretatie daarvan
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS363028:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: HR 2 juni 2017, nr. 16/03921, NTFR 2017/1427, BNB 2017/159, r.o. 3.4.1 en 3.4.2.
Rechtbank Haarlem 28 juni 2011, nr. AWB 09/3499, NTFR 2011/2061.
HR 30 oktober 2015, nr. 13/01768, V-N 2015/55.7 en Hof Amsterdam 28 februari 2013, nr. 11/00640, NTFR 2013/786.
HR 9 september 2016, nr. 15/02022, ECLI:NL:HR:2016:2029, FutD 2016-2182 (81 RO); onderliggende arrest: Hof Amsterdam, 26 maart 2015, nr. 12/01146, ECLI:NL:GHAMS:2015:2160, FutD 2015-1482.
HR 26 juni 2015, nr. 10/02774, NTFR 2015/1928, BNB 2015/186, r.o. 2.3.4, en Zie voor een situatie waarbij wel geschil bestaat over de feiten, bijvoorbeeld Hof ´s-Hertogenbosch 18 maart 2016, nrs. 14/00469 tot en met 14/00476, NTFR 2016/1966, r.o. 4.15.
De derde categorie zaken waarbij volgens de Hoge Raad kan worden voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium zijn zaken waarbij de belanghebbende, niet zonder redelijke grond, kan aanvoeren dat de belastingdienst de feiten op een andere wijze had moeten waarderen en interpreteren, zodat hij niet tot het genomen besluit had kunnen komen. Er bestaat daarbij dus discussie over de feiten en/of de waardering ervan.1 Een voorbeeld waarbij feitelijke argumenten naar voren zijn gebracht die hebben geleid tot het voldoen aan het ‘andere afloop’-criterium is de Spaarlampen-zaak.2 De opgelegde utb’s zagen op invoer van spaarlampen uit zowel Vietnam als uit de Filipijnen. In deze zaak werd vastgesteld dat het dossier alléén bewijsstukken bevatte ten aanzien van één aangifte betreffende invoer van spaarlampen uit Vietnam. Het dossier bevatte geen enkel bewijsstuk met betrekking tot het invoeren van spaarlampen uit de Filippijnen. Gelet op deze omstandigheden, waarbij de feiten onvoldoende vaststonden, was niet uit te sluiten dat als de belanghebbende voorafgaand aan het uitreiken van de utb’s de gelegenheid had gekregen zich uit te laten over de elementen waarop de utb’s waren gestoeld, dit tot een andere afloop had kunnen leiden. Ook staat hierdoor bij voorbaat niet vast dat de schending van procedureregels geen gevolgen zou hebben gehad, waardoor belanghebbende door de gang van zaken niet zou zijn benadeeld. In de Tarwe-zaak bestond ook discussie over de feiten.3 Een discussie over de feiten en/of de waardering ervan kan ook ontstaan doordat van een bewijsstuk verschillende versies bestaan.4 Nadat een utb was vernietigd wegens schending van het kenbaarmakingsbeginsel (wegens het niet overleggen van de annexen bij een OLAF-rapport) legt de belastingdienst een nieuwe utb op voor dezelfde douaneschuld. Ter onderbouwing van deze nieuwe utb legt de belastingdienst een OLAF-rapport over van dezelfde datum en met eenzelfde nummer, maar met op onderdelen een andere inhoud. Deze verschillende versies van het OLAF-rapport leiden tot een discussie over de in deze rapporten gestelde feiten en daarmee tot vernietiging van ook de tweede utb, wegens opnieuw schending van het kenbaarmakingsbeginsel.
De Hoge Raad heeft in het eindarrest in de zaak Kamino geoordeeld dat als geen geschil bestaat over de van belang zijnde feiten en de waardering daarvan en de inspecteur geen beleidsvrijheid toekomt, er feitelijk sprake is van een gebonden beschikking en niet kan worden voldaan aan het ‘andere afloop’-criterium.5 De vraag is of dit te rijmen valt met de visie van de Hoge Raad dat een van de omstandigheden die tot een andere afloop kan leiden het kunnen aanvoeren van een juridische stelling is. Kan bij een gebonden beschikking geen discussie plaatsvinden over het recht? Mijns inziens moet de overweging van de Hoge Raad zo worden gelezen dat achter die overweging nog het volgende is geschreven: ‘en er overigens geen discussie is over de uitleg van dit recht’. Het arrest in de zaak Kamino vermeldt namelijk expliciet dat partijen het erover eens zijn dat een inbreng niet zou hebben geleid tot een andere afloop.