Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.7.3:11.5.5.7.3 Belast als toelevering?
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.5.7.3
11.5.5.7.3 Belast als toelevering?
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258654:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Destijds artikel 32, lid 1, onderdeel b, ten vierde, CDW respectievelijk artikel 32, lid 1, onderdeel c, CDW.
Destijds artikel 32, lid 1, onderdeel b, ten vierde, CDW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Belangrijk uitgangspunt is dat de douanewaarde de economische waarde van de ingevoerde goederen moet reflecteren. Daarom worden aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs prijselementen toegevoegd voor zover zij staan genoemd in artikel 71, lid 1, DWU1. Een betaling voor een octrooi kan belast zijn als toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU of als betaling voor royalty’s of licentierechten ex artikel 71, lid 1, onderdeel c, DWU.2 In de onderdelen 11.4.3.8 en 11.5.3 is nader stilgestaan bij respectievelijk het onderscheid tussen toeleveringen en royalty’s en licentierechten enerzijds en het begrip royalty’s en licentierechten vanuit Europeesrechtelijk en breder internationaal perspectief anderzijds. Daaruit bleek dat wanneer sprake is van immateriële goederen, het onderscheid volgt uit het feit dat een toelevering onlosmakelijk aan de productie van het ingevoerde goed is verbonden, waar een royalty of licentierecht ‘beleving’ toevoegt aan de ingevoerde goederen. Afgaand op het feitencomplex in de zaak Direktor na Teritorialna direktsiya Yugozapadna Agentsiya „Mitnitsi” lijkt hier sprake van productie-knowhow en moet getoetst worden of sprake is van een belaste toelevering.
Als de leverancier gratis of tegen verminderde prijs een octrooi ter beschikking krijgt gesteld en het octrooi noodzakelijk is voor de productie van de ingevoerde goederen, moet de prijs van het octrooi in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de douanewaarde overeenkomstig artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten vierde, DWU3. De octrooien worden niet gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking gesteld door of namens Curtis Balkan aan de leverancier noch zijn zij noodzakelijk voor de productie van de halffabricaten waardoor geen sprake is van een belaste toelevering. Daar doet in mijn optiek niet aan af dat Curtis USA de technische specificaties vaststelt waaraan de halffabricaten moeten voldoen, omdat deze geen verband lijken te houden met het octrooi dat door Curtis USA aan Curtis Balkan ter beschikking wordt gesteld.
Het Hof van Justitie gaat aan dit onderscheid voorbij en overweegt dat de betaling voor het octrooi binnen de reikwijdte van het concept royalty’s en licentierechten valt. De reden hiertoe is dat artikel 157, lid 1, ten derde, TCDW ook prijselementen als royalty of licentierecht aanmerkt die naar mijn mening eigenlijk als toelevering moeten worden aangemerkt (onderdeel 11.5.3.3). Dit is begrijpelijk nu artikel 157, lid 1, ten derde, TCDW zo ruim in opzet is dat de betaalde octrooien in de onderhavige zaak er ook onder vallen. Indien het Hof van Justitie echter was gevraagd naar de geldigheid van artikel 157, lid 1, ten derde, TCDW was de uitkomst wellicht anders geweest (onderdeel 11.5.3.3).