Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.4.a:9.3.4.a Individuele beperkingen
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/9.3.4.a
9.3.4.a Individuele beperkingen
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362923:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
“If documents contain confidential information or professional or business secrets, the public authority must, where possible, provide a non-confidential version or summary of the documents; (5) The right of access to the file does not cover access to documentation that is irrelevant and bears no relation to the allegations of fact or law in the particular case.”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als aan de voorwaarden van een individuele beperking wordt voldaan, leidt dit in het algemeen tot een gerechtvaardigde beperking van het kenbaarmakingsbeginsel (hoofdstuk 6). Individuele beperkingen tasten namelijk de kern van het kenbaarmakingsbeginsel niet aan. Het kenbaarmakingsbeginsel wordt niet voor een groot aantal besluiten beperkt. Voorbeelden van individuele beperkingsgronden kunnen worden gevonden in de artikelen 4:8 en 4:11 van de Awb (paragrafen 8.5.2.a en 8.5.2.b). Ook kan worden gedacht aan de individuele beperkingen uit het douanerecht, zoals neergelegd in artikel 22, zesde lid, aanhef en onder c en e, van het DWU (paragrafen 6.6.3.c en 6.6.3.e). De voorgestelde Europese Awb kent beperkingen van bijvoorbeeld het recht op (inzage in) de stukken (zie artikel 22, tweede lid van de voorgestelde Europese Awb, paragraaf 9.3.3.a) en artikel 10 van de IW 1990 geeft mogelijke individuele beperkingen weer (paragrafen 9.3.3.a en 8.5.2.e).1 Ik zal op basis van dit onderzoek aangeven welke individuele beperkingen in ieder geval tot de mogelijkheden behoren. Het kenbaarmakingsbeginsel kan worden beperkt als:
Algemeen
sprake is van voor de belastingdienst niet voorzienbare spoed (paragrafen 6.6.2.c en 8.5.2.b); en
het met het bezwarende besluit beoogde doel slechts kan worden bereikt als de belanghebbende daarvan niet reeds van tevoren in kennis wordt gesteld (paragrafen 6.6.2.b en 8.5.2.b).
Gevaar voor verlies van belastinggelden
de belastingschuldige in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en die belastingaanslag onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt (paragrafen 8.1.3 en 8.5.2.e);
gegronde vrees bestaat dat goederen van de belastingschuldige zullen worden verduisterd (paragrafen 8.1.3 en 8.5.2.e);
de belastingschuldige Nederland metterwoon wil verlaten dan wel zijn plaats van vestiging wil overbrengen naar een plaats buiten Nederland, tenzij hij aannemelijk maakt dat de belastingschuld kan worden verhaald (paragrafen 8.1.3 en 8.5.2.e);
de belastingschuldige buiten Nederland woont of gevestigd is dan wel in Nederland geen vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft en aannemelijk is dat gegronde vrees bestaat dat de belastingschuld niet kan worden verhaald (paragrafen 8.1.3 en 8.5.2.e);
op goederen waarop een belastingschuld van de belastingschuldige kan worden verhaald beslag is gelegd voor zijn belastingschuld (paragrafen 8.1.3 en 8.5.2.e); en
goederen van de belastingschuldige worden verkocht ten gevolge van een beslaglegging namens derden (paragrafen 8.1.3 en 8.5.2.e).
Gevaar
de aard of de omvang van een gevaar voor de veiligheid van de Europese Unie en haar ingezetenen, de gezondheid van de mens, dier of plant, het milieu of de consument daartoe aanleiding geeft (paragraaf 6.6.3.c).
Beperking van een deelaspect
gewichtige redenen bestaan het recht op (inzage in) de stukken te beperken (paragraaf 8.5.1).
Het voordeel van de codificatie van de beperkingen is dat duidelijkheid wordt gegeven onder welke omstandigheden het kenbaarmakingsbeginsel mag worden beperkt. Bij het opstellen van de omstandighedencatalogus is gebleken dat wel duidelijkheid bestaat welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij een weging van met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginselen, maar dat nog weinig duidelijkheid bestaat hoe de afwegingen uit moeten vallen. Daar komt bij dat als het kenbaarmakingsbeginsel een wettelijke basis krijgt, de beperkingen ook een wettelijke basis nodig hebben. In dit kader is het aan de wetgever keuzes te maken welke beperkingen wel of niet worden ingevoerd. De wetgever zal dan moeten analyseren wat de effecten, kosten en gedragsreacties zijn, van verschillende keuzes. Bij een heel laag percentage bezwaar bij bijvoorbeeld verzuimboetes kan beperking voor de hand liggen, kostenefficiënt zijn en niet tot negatief gedrag bij burgers leiden. Bij navorderings- en naheffingsaanslagen lijkt me een beperking niet voor de hand liggen en een dergelijke beperking zal niet snel op begrip bij burgers kunnen rekenen. Naast een uitvoerig cijfermatig onderzoek is voor het maken van de keuzes wellicht ook gedragskundig onderzoek opportuun om de impact per beperkende maatregel te bezien. Dat valt buiten de scope van dit onderzoek, maar is bij codificatie van het kenbaarmakingsbeginsel aan te bevelen.